← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2013:CA0781

11/7009 ZW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 september 2011, 10/2677 ZW Partijen: [A. te B.] (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) Datum uitspraak 15 mei

  1. PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april
  2. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.E.J.P.M. Rutten. OVERWEGINGEN
  3. In de uitspraak waarvan herziening is verzocht, is de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 31 maart 2010, 09/685, bevestigd. De rechtbank had het beroep tegen het besluit van het Uwv van 12 februari 2009 ongegrond verklaard. Bij dat besluit had het Uwv de bezwaren van verzoeker gericht tegen het besluit van 22 januari 2009, waarin is bepaald dat verzoeker met ingang van 23 januari 2009 geen recht (meer) had op een uitkering op grond van de Ziektewet, ongegrond verklaard.
  4. Verzoeker heeft aangevoerd dat uit de resultaten van een second opinion die hij op 31 oktober 2011 heeft laten verrichten door neuroloog dr. L.R. Canta als nieuw feit naar voren is gekomen dat bij hem geen sprake is van een hernia, maar van een afgestorven zenuw. Dit rechtvaardigt volgens verzoeker een heropening van zijn zaak.
  5. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 3.
  6. Op grond van artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Raad bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. 3.
  7. Zoals de Raad onder meer in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, heeft overwogen is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen. 3.
  8. Uit het rapport van neuroloog Canta van 14 november 2011 blijkt dat het klachtenpatroon van verzoeker al jaren stabiel is en dat het uitermate onwaarschijnlijk is dat hierbij een nieuwe wortelcompressie speelt. De diagnose die Canta heeft gesteld, een radiculopathie L5 links, komt volgens Canta voort uit een oud letsel. Het verslag van Canta bevat in medisch opzicht geen nieuwe feiten in de zin van artikel 8:88 van de Awb. Canta heeft slechts een andere kwalificatie gegeven aan al bekende medische gegevens. Dit kan volgens vaste rechtspraak, bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 10 oktober 2012, LJN BY0041, niet worden aangemerkt als een nieuw feit in de zin van artikel 8:88 van de Awb. 3.
  9. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af. Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei
  11. (getekend) B.M. van Dun (getekend) D.E.P.M. Bary CVG

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.