Datum uitspraak: 28 maart 2014 13/2375 ZW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 augustus 2012, 12/2101 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 4 september 2013 heeft de Raad het namens appellant door mr. drs. E.C. Spiering ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Tegen de uitspraak van de Raad van 4 september 2013 heeft mr. Arslan namens appellant verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 24 februari 2014, waar partijen - appellant met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 4 september 2013 berust op de overwegingen dat de gronden van het hoger beroep niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 18 juli 2013 gestelde termijn van vier weken zijn ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is. De laatste dag waarop tijdig de gronden van het hoger beroep konden worden ingediend, is 15 augustus
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.