11/423 WWB-R, 12/3141 WWB-R Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 9 december 2013, 11/423 WWB, 12/3141 WWB Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college) PROCESVERLOOP De Raad heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 9 december 2013 met kenmerk 11/423 WWB, 12/3141 WWB de verwijzing in overweging 5.4 naar overweging 5.3 en de verwijzing in overweging 5.9 naar overweging 5.9 op een abuis berusten. De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te rectificeren, partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt. OVERWEGINGEN De Raad wijzigt de uitspraak van 9 december 2013 als volgt. Pagina 4 overweging 5.4.wordt: Appellant heeft aangevoerd dat het college deze bijzondere bijstand ten onrechte over de periode vanaf 21 mei 2009 niet heeft verleend. Appellant heeft evenwel het standpunt van het college niet bestreden dat hij de camperhuur in de periode vóór 12 juni 2009 al had voldaan. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de WWB wordt bijstand verleend aan iedere Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 11 december 2007, ECLI:NL:CRVB:2007: BC0717) vloeit uit deze bepaling voort dat in beginsel geen plaats is voor bijstandsverlening in kosten waarin ten tijde van de aanvraag reeds is voorzien. Dit betekent dat in beginsel geen plaats is voor bijstandsverlening voor de kosten van camperhuur in de periode van 21 mei 2009 tot 12 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.