← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:1334

13/4814 AOW Datum uitspraak: 18 april 2014 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 juli 2013, 12/1173 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart

  1. Appellant is verschenen. Namens de Svb is mr. A.P. van den Berg verschenen. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellant ontvangt sinds februari 2008 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Bij besluit van 19 december 2011 heeft de Svb beslist dat appellant vanaf januari 2012 2% minder pensioen krijgt, omdat hij een periode geen premies voor de volksverzekeringen heeft betaald en daarom schuldig nalatig is verklaard. 1.
  3. Bij besluit van 25 april 2012 heeft de Svb het tegen het besluit van 19 december 2011 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het besluit van 25 april 2012 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroepschrift van appellant van 2 juli 2012 door de rechtbank is ontvangen na afloop van de daarvoor geldende termijn ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarbij is in de aangevoerde omstandigheden geen grond gezien voor het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest in de zin van artikel 6:11 van de Awb. Voor de stelling van appellant dat de termijnoverschrijding is veroorzaakt door ziekte, acht de rechtbank onvoldoende onderbouwing aanwezig.
  5. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Daarbij heeft appellant gesteld dat het in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid dat de rechtbank hem pas na ruim een jaar heeft bericht, dat zijn beroepschrift enkele dagen te laat werd ingediend en daarom niet-ontvankelijk wordt verklaard.
  6. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  7. In het onderhavige geval gaat het om de toepassing van wettelijke voorschriften met betrekking tot de termijn voor het indienen van bezwaar en beroep. Deze voorschriften zijn van openbare orde, zodat de rechter zich daarover ambtshalve - ongeacht de door partijen ingenomen standpunten - dient uit te spreken. De toepassing van deze voorschriften is niet aan een wettelijke termijn gebonden. Verder kan niet gezegd worden dat de rechtbank met een uitspraak op 25 juli 2013 op een beroepschrift ontvangen op 2 juli 2012 de redelijke termijn heeft overschreden. 4.
  8. Niet in geschil is dat appellant het beroepschrift na afloop van de daarvoor geldende termijn heeft ingediend. Voor het overige heeft appellant geen gronden aangevoerd.
  9. Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep van appellant niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  10. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april
  11. (getekend) E.E.V. Lenos (getekend) O.P.L. Hovens IJ

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.