← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:1406

13/5313 AOW Datum uitspraak: 18 april 2014 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 augustus 2013, 12/5147 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 maart

  1. Appellant is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans. OVERWEGINGEN 1.
  2. De Svb heeft aan appellant met ingang van juli 2010 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet toegekend en een toeslag voor zijn jongere partner. 1.
  3. Bij besluit van 6 oktober 2011 heeft de Svb aan appellant meegedeeld dat met ingang van februari 2012 niet langer recht bestaat op een toeslag, omdat zijn partner in die maand 65 jaar wordt. 1.
  4. Bij het bestreden besluit van 30 augustus 2012 heeft de Svb het bij brief van 6 mei 2012 tegen het besluit van 6 oktober 2011 ingestelde bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
  5. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe is in aanmerking genomen dat appellant ten aanzien van de termijnoverschrijding heeft gesteld dat hij het besluit van 6 oktober 2011 aan de dorpsschrijver heeft laten lezen, maar dat deze persoon appellant de details van het besluit niet heeft verteld. Appellant wist niet dat hij tot 18 november 2011 bezwaar kon maken, tot hij een andere dorpsschrijver had gevonden. Verder heeft appellant aangevoerd dat hij gedurende de bezwaartermijn ziek was en niet kon reizen. In deze omstandigheden heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De onjuiste vertaling door een dorpsschrijver of het niet goed begrijpen daarvan, ondanks de aanwezige Franse vertaling van het besluit, komt voor appellants rekening en risico. In geval van ziekte had het op de weg van appellant gelegen om zijn belangen door een ander te laten behartigen.
  6. In hoger beroep heeft appellant een tweetal medische verklaringen overgelegd, ter ondersteuning van zijn betoog dat hij gedurende de bezwaartermijn ziek was en buiten staat was te werken. Verder heeft appellant gewezen op de verschillen in infrastructuur en postbezorging tussen Marokko en Nederland, en op de taalbarrière. 4.
  7. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  8. Tussen partijen is slechts in geschil de vraag of de overschrijding van de bezwaartermijn ingevolge artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verschoonbaar is. 4.
  9. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden volledig onderschreven. Het volgende wordt daaraan toegevoegd. 4.
  10. Uit de ingezonden medische verklaringen kan worden opgemaakt dat appellant gedurende de periode van 1 oktober 2011 tot en met 20 november 2011 ziek was en niet mocht werken. Voor zover met deze verklaringen gezegd zou kunnen worden dat appellant gedurende de bezwaartermijn wegens ziekte buiten staat was tijdig bezwaar aan te (laten) tekenen, kan in ieder geval worden vastgesteld dat appellant na zijn herstel nog geruime tijd heeft gewacht met het indienen van bezwaar. De termijn voor het indienen van bezwaar tegen het besluit van 6 oktober 2011 is verstreken op 17 november 2011, terwijl het bezwaarschrift van appellant dateert van 6 mei
  11. Ook hetgeen appellant overigens heeft aangevoerd levert geen omstandigheden op die ertoe leiden de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten in de zin van artikel 6:11 van de Awb. 4.
  12. Uit hetgeen hiervoor onder 4.2 tot en met 4.4 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  13. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van O.P.L. Hovens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 april
  14. (getekend) E.E.V. Lenos (getekend) O.P.L. Hovens JL DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: confirme la décision attaquée. Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos en présence de O.P.L. Hovens en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 16 avril 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.