← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:1767

13/124 AWBZ Datum uitspraak: 16 mei 2014 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 3 januari 2013, 12/2388 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend. CIZ heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april

  1. Appellant is verschenen. CIZ heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.
  3. Bij besluit van 15 juli 2010 heeft CIZ ten behoeve van appellant een indicatie afgegeven voor zorg op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. 1.
  4. Appellant heeft bij een op 15 augustus 2011 gedateerd bezwaarschrift, door CIZ ontvangen op 24 april 2012, bezwaar gemaakt tegen dit besluit. 1.
  5. Bij besluit van 9 mei 2012 (bestreden besluit) heeft CIZ het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.
  6. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op een eerdere datum een bezwaarschrift heeft ingediend. Appellant heeft dan ook te laat bezwaar gemaakt tegen het besluit van 15 juli
  7. Er zijn volgens de rechtbank geen omstandigheden aanwezig op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten.
  8. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en aangevoerd dat hij niet eerder een bezwaarschrift heeft kunnen indienen omdat hij wegens een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis belemmerd was in zijn contacten met de buitenwereld.
  9. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  10. Niet in geschil is dat appellant buiten de hiervoor geldende termijn bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 15 juli
  11. Appellant heeft voorts ter zitting verklaard dat hij bekend was met dat besluit. 4.
  12. Hetgeen appellant heeft aangevoerd over de reden van de termijnoverschrijding vormt geen aanleiding om deze verschoonbaar te achten. Ter zitting heeft appellant verklaard dat hij tijdens zijn opname regelmatig contact had met een predikant en dat deze predikant wel eens brieven voor hem postte. Gelet hierop kan niet worden ingezien dat appellant niet met hulp van de predikant tijdig een bezwaarschrift kon (laten) indienen. Dat appellant daartoe niet in staat zou zijn geweest, is niet gebleken. 4.
  13. Het hoger beroep slaagt niet.
  14. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en M.F. Wagner als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 mei
  15. (getekend) W.H. Bel (getekend) E. Heemsbergen IvR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.