← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:2001

12/2604 WAO Datum uitspraak: 13 juni 2014 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 februari 2012, 11/

  1. Partijen: [Verzoeker] te [plaatsnaam], Marokko (verzoeker) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 februari
  2. Het Uwv heeft een reactie op dit verzoek om herziening ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 mei
  3. Partijen zijn niet verschenen. OVERWEGINGEN
  4. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de rechtbank eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
  5. Bij zijn uitspraak van 27 februari 2012 heeft de Raad, oordelend op het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 december 2010, 10/2027, het tegen de uitspraak van de Raad van 29 juli 2011, 11/1097, gedane verzet ongegrond verklaard. De Raad heeft in deze uitspraak geoordeeld dat het hogerberoepschrift van verzoeker niet-tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat verzoeker niet in verzuim is geweest. Tevens is geoordeeld dat verzoeker in verzet geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij de uitspraak van de rechtbank Amsterdam later heeft ontvangen of dat hij om medische redenen niet in staat is geweest om eerder te reageren.
  6. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om herziening ten grondslag gelegd dat hij een nieuwe beoordeling wenst over zijn recht op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
  7. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 3 oktober 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AN7982) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, naar voren heeft gebracht.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af. Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van M.P. Ketting als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juni
  9. (getekend) M.M. van der Kade (getekend) M.P. Ketting IJ

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.