← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:2793

12/4717 ZW Datum uitspraak: 20 augustus 2014 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 12 juli 2012, 12/844 (aangevallen uitspraak) Partijen: [adres] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft mr. C.F.A. Cadot, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei

  1. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Cadot. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.P.F. Oosterbos. OVERWEGINGEN
  2. Appellant is werkzaam geweest als medewerker tuinbouwkassen. Het Uwv heeft appellant met ingang van 1 december 2008 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet.
  3. Het Uwv heeft appellant toestemming gegeven voor vakantie van 23 mei 2011 tot en met 17 juni
  4. Appellant is met vakantie naar Sri Lanka gegaan. Appellant heeft zich ziek gemeld met ingang van 16 juni
  5. In verband met die ziekmelding is appellant op 12 oktober 2011 onderzocht door een voor het Uwv werkzame verzekeringsarts. Bij besluit van 12 oktober 2011 heeft het Uwv appellant met ingang van 16 juni 2011 geschikt geacht om zijn werk te verrichten.
  6. Appellant heeft tegen het besluit van 12 oktober 2011 bezwaar gemaakt. In verband daarmee heeft een voor het Uwv werkzame bezwaarverzekeringsarts appellant onderzocht en, onder meer, de door appellant ingebrachte medische informatie van zijn behandelaars in Sri Lanka bestudeerd. Bij besluit van 13 januari 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het eerder ingenomen standpunt gehandhaafd.
  7. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Bij de aangevallen uitspraak is dat beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het door het Uwv verrichte medisch onderzoek op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat genoegzaam gemotiveerd was te kennen gegeven waarom appellant geschikt werd bevonden om zijn arbeid te verrichten.
  8. Appellant heeft in hoger beroep herhaald dat hij op 16 juni 2011 ziek is geworden en dat hij op advies van de artsen ter plekke diverse artsen heeft bezocht en medisch onderzoek heeft ondergaan terwijl hem ook medicatie is voorgeschreven. Appellant heeft medische informatie van de door hem bezochte artsen overgelegd en heeft ook verwezen naar informatie van zijn fysiotherapeut bij wie hij al langere tijd onder behandeling staat.
  9. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 6.
  10. Voor de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen wordt verwezen naar onderdeel 4 van de aangevallen uitspraak. 6.
  11. De gronden van appellant in hoger beroep vormen een herhaling van hetgeen hij reeds in bezwaar en beroep heeft gesteld. Aangezien de gronden van appellant door de rechtbank in de aangevallen uitspraak uitputtend zijn besproken en het oordeel en de daartoe strekkende motivering van de rechtbank wordt onderschreven, wordt volstaan daarnaar te verwijzen. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
  12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en J.J.T. van den Corput en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus
  13. (getekend) H.G. Rottier (getekend) Z. Karekezi IvZ

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.