14/4383 WW-VV, 14/4384 WW-VV, 14/4266 WW, 14/4268 WW Datum uitspraak: 25 augustus 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak met toepassing van artikel 8:86 in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 december 2010, 10/890 WW, 10/891 WW en op het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Awb van 5 augustus 2014 Partijen: [verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 december 2010, ECLI:NL:CRVB:BO7197. Verzoekster heeft tevens een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan en nadere stukken ingezonden. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2014. Verzoekster is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.C. van der Meer. OVERWEGINGEN 1.1. Bij besluit van 12 december 2008 heeft het Uwv de betaling aan verzoekster van de uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) met ingang van 17 november 2008 geschorst omdat verzoekster aan haar gevraagde informatie niet tijdig heeft verstrekt. Bij besluit van 19 december 2008 heeft het Uwv de WW-uitkering van verzoekster met ingang van 17 november 2008 ingetrokken op de grond dat het recht op uitkering niet is vast te stellen. 1.2. Bij twee besluiten van 16 februari 2009 heeft het Uwv de eerder ingenomen standpunten gehandhaafd de bezwaren van verzoekster tegen de besluiten van 12 december 2008 en 19 december 2008 ongegrond verklaard. 1.3. De rechtbank heeft bij uitspraak van 4 februari 2010 de door verzoekster ingestelde beroepen tegen de besluiten van 16 februari 2009 ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoekster hoger beroep ingesteld. 1.4. De Raad heeft bij uitspraak van 8 december 2010 de uitspraak van de rechtbank van 4 februari 2010 bevestigd. Het standpunt van verzoekster dat zij niet gehouden was informatie te verstrekken over haar activiteiten in het kader van het zogenoemde New Venture traject is niet gevolgd. Het Uwv heeft de WW-uitkering terecht geschorst en nadien ingetrokken nadat aan verzoekster voldoende gelegenheid was geboden om concreet inzicht te verschaffen in de aard en omvang van haar activiteiten in het kader van het New Venture traject en zij met het verstrekken van die informatie in gebreke was gebleven. 2. In haar herzieningsverzoek heeft verzoekster erop gewezen dat zij in januari 2014 inzage en een afschrift heeft gehad in en van een onderzoeksrapport van de afdeling Handhaving van het Uwv van 24 september 2009 waarin, na uitgebreid onderzoek en raadpleging van een veelheid van bestanden, is geconcludeerd dat niet gebleken is van feiten en omstandigheden die van invloed zijn op de hoogte en de duur van haar WW-uitkering. Volgens appellante betreft dit onderzoeksrapport een nieuw feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. 3. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening strekt ertoe dat verzoekster bij wijze van voorschot op de WW-uitkering een bedrag wordt toegekend totdat op het hoger beroep is beslist. 4. De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling. 4.1. Op grond van artikel 8:88, tweede lid, in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien een verzoek om herziening van een uitspraak van de Raad is ingediend, de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 4.2. Op grond van artikel 8:88, tweede lid, in verbinding met artikel 8:86 van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak, tevens onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak. In dit geval kan nader onderzoek niet redelijkerwijs bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en zijn er ook overigens geen beletselen om uitspraak te doen in de hoofdzaak, zodat aan die artikelen toepassing zal worden gegeven. 4.3. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.