← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:3932

Datum uitspraak: 24 november 2014 14/307 BBZ-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 11 december 2012, 11/74 BBZ (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer (college) PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (oud) en artikel 21 van de Beroepswet (oud) van 15 juli 2014 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep (lees: het door appellante gedane verzoek om herziening) tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van 11 november

  1. Appellante is verschenen. Het college is niet verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 15 juli 2014 berust op de grond dat appellante het verschuldigde griffierecht niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Hangende het verzet heeft appellante erkend dat zij het griffierecht niet tijdig heeft voldaan. Zij heeft aangevoerd dat zij naar aanleiding van de aangetekende brief van 25 februari 2014, waarbij haar nogmaals is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, heeft verzocht om drie herzieningsverzoeken in één zitting te behandelen en daarvoor één maal griffierecht in rekening te brengen. Een dergelijk verzoek heeft de Raad echter niet bereikt. Appellante heeft aan het achterwege blijven van een reactie op dit verzoek niet de conclusie mogen verbinden dat zij geen griffierecht verschuldigd was. Appellante heeft voorts aangevoerd dat zij het griffierecht in deze herzieningszaak en de zaak met registratienummer 14/305 alsnog, in september 2014, heeft voldaan. Deze betaling heeft evenwel plaatsgevonden na de uitspraak waartegen appellante verzet heeft gedaan en kan daarom niet leiden tot een gegrond verzet. Indien appellante alsnog het griffierecht in de herzieningszaken met registratienummers 14/305 en 14/307 heeft voldaan, is dit ten onrechte betaald. Ter voorlichting van appellante overweegt de Raad ten slotte dat het haar vrij staat opnieuw een verzoek om herziening in te dienen. Het voorgaande betekent dat het verzet ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door M. Hillen, in tegenwoordigheid van C.M. Fleuren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 november
  2. (getekend) M. Hillen (getekend) C.M. Fleuren HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.