← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:4207

13/6852 ANW Datum uitspraak: 12 december 2014 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 november 2013, 12/6517 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 oktober

  1. Appellante is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg. OVERWEGINGEN 1.
  2. Bij besluit van 21 november 2011 heeft de Svb aan appellante medegedeeld dat zij geen recht heeft op een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW), omdat haar voormalige echtgenoot op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor deze wet. Dit besluit en een Franse vertaling daarvan zijn aan de Caisse Nationale de Sécurité Sociale (CNSS) toegezonden. De CNSS heeft op 16 december 2011 laten weten het besluit aan appellante te hebben toegezonden op het adres [Adres A], [woonplaats], [plaatsnaam]. 1.
  3. Bij brief van 27 februari 2012 heeft appellante bij de Svb geïnformeerd naar haar aanspraak op een ANW-uitkering, omdat zij alle lange tijd geen informatie had ontvangen. Appellante heeft daarbij als haar adres vermeld [adres B], [woonplaats], [plaatsnaam]. 1.
  4. Bij brief van 28 mei 2012, door de Svb ontvangen op 12 juni 2012, heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van 21 november
  5. Daarbij heeft appellante vermeld dat zij het besluit van 21 november 2011 een dag na haar brief van 27 februari 2012 heeft ontvangen. 1.
  6. De Svb heeft appellante gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding van het ingediende bezwaar. Hierop heeft appellante niet inhoudelijk gereageerd. 1.
  7. Bij het bestreden besluit van 19 november 2012 heeft de Svb het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat de termijn voor het indienen van bezwaar is overschreden. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
  8. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij in slechte financiële omstandigheden verkeert en dat zij om die reden recht meent te hebben op een ANW-uitkering. 4.
  9. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  10. Op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Overeenkomstig artikel 6:8 van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Nu het besluit appellante via de CNSS is toegezonden, is op grond van artikel 25 van het Administratie Akkoord bij het Verdrag met Marokko bepalend de datum van ontvangst door appellante van - de samenvatting van - het besluit. Het CNSS heeft appellante het besluit bij brief van 16 december 2011 toegezonden op een ander adres dan dat van appellante. Daargelaten de vraag of het besluit op juiste wijze is bekendgemaakt, kan in ieder geval worden vastgesteld dat appellante in haar bezwaarschrift heeft aangegeven dat zij het besluit op 28 februari 2012 heeft ontvangen. Hierdoor moet worden aangenomen dat de bezwaartermijn op 29 februari 2012 is aangevangen en op 10 april 2012 is geëindigd. 4.
  11. Nu appellante eerst bij brief van 28 mei 2012 bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 21 november 2011, moet worden vastgesteld dat appellante niet tijdig bezwaar heeft ingesteld. 4.
  12. Appellante heeft geen omstandigheden aangevoerd die ertoe leiden de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten in de zin van artikel 6:11 van de Awb. Ook hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. Dit betekent dat de Svb terecht het bezwaar tegen het besluit van 21 november 2011 niet-ontvankelijk heeft verklaard. 4.
  13. Uit hetgeen hiervoor onder 4.2 tot en met 4.4 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
  14. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 december
  15. (getekend) T.L. de Vries (getekend) S. Aaliouli MK DÉCISION La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), statue: confirme la décision attaquée. Par conséquent, décidée par T.L. de Vries en présence de S. Aaliouli en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 12 décembre 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.