← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:491

11/789 AKW Datum uitspraak: 19 februari 2014 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2010, 10/2156 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te[woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. E.C. Cerezo-Weijsenfeld, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december

  1. Appellante is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg. OVERWEGINGEN
  2. Appellante is geboren [in] 1965 en heeft de Nigeriaanse nationaliteit. Zij heeft verklaard sinds 6 juli 1995 in Nederland te verblijven. Zij heeft kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aangevraagd voor haar kinderen [M.] (geboren [in] 1996) en [E.] (geboren[in] 2000), die bij haar in Nederland verblijven. Appellante beschikte, ten tijde in geding, niet over een geldige verblijfsvergunning. De aanvraag is bij besluit van 13 januari 2010 om deze reden afgewezen. Bij beslissing van 24 maart 2010 is het bezwaar ongegrond verklaard.
  3. De rechtbank heeft ten aanzien van het mogelijk recht op kinderbijslag betreffende de periode van het vierde kwartaal 2008 tot en met het vierde kwartaal 2009 geoordeeld dat dit recht noch uit nationaal, noch uit internationaal recht volgt. Omdat appellante met terugwerkende kracht met ingang van 9 november 2009 alsnog een verblijfsvergunning is verleend, heeft zij wel recht op kinderbijslag gedurende het eerste kwartaal van
  4. Ten aanzien van dit kwartaal heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.
  5. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 3.
  6. Het geding betreft het recht op kinderbijslag gedurende het vierde kwartaal van 2008 tot en met het vierde kwartaal van
  7. Niet in geschil is dat appellante aan het nationale recht geen recht op kinderbijslag kan ontlenen. Wel in geschil is de vraag of uit het internationale recht moet worden afgeleid dat appellante, in de periode in geding, niet mag worden uitgesloten van de verzekering voor de AKW, op de grond dat zij niet beschikte over een verblijfstitel als in artikel 6, tweede lid, van de AKW genoemd. 3.
  8. Kortheidshalve wordt verwezen naar de uitspraak van de Raad van 5 juli 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:994) in een, met het onderhavige geding, vergelijkbare zaak. In die uitspraak heeft de Raad, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, overwogen dat het beroep op artikel 8 van het EVRM in samenhang met artikel 14 van het EVRM niet kan slagen. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt ook dat uit bepalingen in het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind geen recht op kinderbijslag kan volgen. Van dusdanige schrijnende omstandigheden, dat deze in het geval van appellante zouden moeten leiden tot het buiten toepassing laten van het koppelingsbeginsel, is hier niet gebleken. 3.
  9. Nu uit het voorgaande volgt dat appellante geen recht heeft op kinderbijslag in de periode in geding, is er geen aanleiding de Svb te veroordelen tot vergoeding van schade, nu de schade niet is aangetoond, noch hiervan is gebleken. 3.
  10. Uit 3.1 tot en met 3.3 volgt dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.
  11. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van J.C. Hoogendoorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari
  12. (getekend) T.L. de Vries (getekend) J.C. Hoogendoorn Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over verzekeringsplicht. ew

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.