← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:629

12/2536 WAO Datum uitspraak: 21 februari 2014 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 maart 2012, 11/4116 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te Marokko (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 december

  1. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer. OVERWEGINGEN 1.
  2. Voor een meer uitgebreide weergave van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende. 1.
  3. Bij besluit van 27 juli 2012 heeft het Uwv het door appellante tegen het besluit van 30 november 2010 gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
  4. Het door appellante tegen het besluit van 27 juli 2012 ingestelde beroep is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat appellante met haar brief van 3 mei 2011 de intentie heeft gehad om bezwaar te maken tegen een besluit dat betrekking heeft op de toekenning van de WAO-uitkering van haar overleden man over de periode van 11 maart 1999 tot en met mei
  5. Het laatste besluit dat het Uwv heeft genomen ten aanzien van deze uitkering is het besluit van 30 november
  6. Nu appellante deze intentie in haar beroepschrift heeft bevestigd, heeft het Uwv de brief van appellante van 3 mei 2011 terecht aangemerkt als bezwaarschrift tegen het besluit van 30 november
  7. Voorts is overwogen dat het bezwaarschrift buiten de voor dit besluit geldende bezwaartermijn is ingediend en dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen aanleiding bestond appellante deze termijnoverschrijding niet tegen te werpen. 3.
  8. De Raad kan zich geheel verenigen met de conclusie van de rechtbank en de overwegingen die de rechtbank daaraan ten grondslag heeft gelegd. In hoger beroep zijn geen wezenlijk andere gezichtspunten naar voren gebracht als eerder in de procedure. Dat appellante wegens ziekte niet binnen de bezwaartermijn kon reageren is op geen enkele wijze onderbouwd, zodat dit geen verontschuldigbare termijnoverschrijding oplevert. 3.
  9. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 februari
  11. (getekend) J.S. van der Kolk (getekend) I.J. Penning HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.