← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2014:76

12/4244 WIA Datum uitspraak: 17 januari 2014 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 26 juni 2012, 12/329 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats](appellant) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft J.H. Eleveld hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 november

  1. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.I. Damsma. OVERWEGINGEN
  2. Bij besluit van 23 september 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv, na bezwaar, gehandhaafd zijn besluit van 21 maart 2011, waarbij is vastgesteld dat voor appellant met ingang van 4 december 2010 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
  3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit met verwijzing naar de artikelen 6:7, 6:8, eerste lid, 6:9, eerste lid en 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht wegens overschrijding van de beroepstermijn niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de beroepstermijn op 4 november 2011 eindigde en dat het digitale beroepschrift, gedateerd 7 november 2011, niet tijdig is ingediend en deze late indiening niet verontschuldigbaar is.
  4. Appellant heeft in hoger beroep staande gehouden dat hij tijdig beroep heeft ingesteld. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de beroepstermijn eindigde op zaterdag 5 november 2011, waardoor de beroepstermijn op grond van artikel 1 van de Algemene termijnenwet wordt verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, zijnde 7 november 2011 (maandag). Het digitale beroepschrift van 7 november 2001 is aldus appellant tijdig ingediend. Appellant heeft zich verder op inhoudelijke gronden tegen het bestreden besluit verzet.
  5. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  6. De rechtbank heeft het beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het oordeel van de rechtbank is in overeenstemming met rechtspraak van de Raad, verwezen wordt naar de uitspraken van 10 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY6044 en ECLI:NL:CRVB:2012:BY
  7. Appellant heeft ook in hoger beroep geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan de termijnoverschrijding als verschoonbaar kan worden aangemerkt. 4.
  8. Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  9. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 januari
  10. (getekend) M.C. Bruning (getekend) I.J. Penning sg

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.