Datum uitspraak: 25 maart 2014 13/2780 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 24 april 2013, 12/11447 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. P. Hoogenraad, advocaat, hoger beroep ingesteld. Bij brief van 19 september 2013 heeft mr. Hoogenraad namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft bij brief van 6 december 2013 gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Vastgesteld wordt dat mr. Hoogenraad het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het besluit van 16 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.