14/5781 AKW Datum uitspraak: 10 april 2015 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 augustus 2014, 13/314 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari
- Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F.L.B. Metz. OVERWEGINGEN 1.
- Bij besluit van 20 april 2010 heeft de Svb de eerdere toekenning aan appellant van kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) herzien vanaf het tweede kwartaal van
- Bij besluit van 4 juni 2010 heeft de Svb in verband daarmee een bedrag van appellant teruggevorderd en een boete opgelegd. 1.
- Bij besluit van 29 november 2012 (bestreden besluit I) heeft de Svb de bezwaren van appellant tegen de onder punt 1.1 vermelde herziening, terugvordering en boete ongegrond verklaard. 1.
- Bij besluit van 12 november 2013 (bestreden besluit II), hangende beroep, heeft de Svb een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Daarbij zijn de bezwaren van appellant tegen de herziening en terugvordering opnieuw ongegrond verklaard, maar is de aan appellant opgelegde boete niet gehandhaafd.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen bestreden besluit I niet ontvankelijk verklaard. Het beroep van appellant tegen bestreden besluit II is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
- In hoger beroep heeft appellant te kennen gegeven dat hij zich niet kan verenigen met het ongegrond verklaren van zijn beroep tegen bestreden besluit II. 4.
- De Raad oordeelt als volgt. 4.
- De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit II ongegrond verklaard. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop het berust. Appellant heeft in hoger beroep niets aangevoerd dat bespreking verdient. 4.
- Uit punt 4.2 volgt dat het hoger beroep van appellant faalt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd voor zover aangevochten.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries als voorzitter en E.E.V. Lenos en L.J.A. Damen als leden, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 april
- (getekend) T.L. de Vries (getekend) M. Crum Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over ingezetenschap. NK