← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2015:2453

14/2390 WIA Datum uitspraak: 24 juli 2015 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 26 maart 2014, 13/9171 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M.G. Evers hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juni

  1. Appellante is verschenen en bijgestaan door mr. Evers. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J.C. van Beek. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante is op 28 juli 2010 uitgevallen voor haar werkzaamheden als productiemedewerker in verband met schouderklachten en een depressie. Bij besluit van 14 juni 2012 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante met ingang van 25 juli 2012 recht is ontstaan op een loongerelateerde WGA-uitkering (LGU) ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) en dat de mate van arbeidsongeschiktheid 35 tot 80% bedraagt. De LGU is toegekend tot 25 juni
  3. 1.
  4. Bij besluit op bezwaar van 21 oktober 2013 (bestreden besluit) heeft het Uwv het door appellante gemaakte bezwaar tegen het besluit van 14 juni 2012 ongegrond verklaard.
  5. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat de verzekeringsartsen rekening hebben gehouden met de nek- en schouderklachten van appellante en met haar psychische klachten. Niet kan worden gesteld dat de beperkingen die in verband hiermee zijn opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst zijn onderschat. De door appellante overgelegde verklaring van de oefentherapeut Mensendieck S. Abbink van 4 februari 2014 heeft de rechtbank geen aanleiding gegeven tot een ander oordeel te komen. Deze verklaring betreft geen wezenlijk andere medische informatie dan de verklaring van deze therapeut die in bezwaar is overgelegd en die door de verzekeringsarts bezwaar en beroep is beoordeeld. De rechtbank heeft de medische en de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven. 3.
  6. Appellante heeft in hoger beroep herhaald dat de vernauwing van het achterhoofdsgat oorzaak is van grote medische problemen. Appellante is van mening dat zij de geduide functies niet kan verrichten. Vanaf 17 november 2014 heeft appellante een arbeidsovereenkomst WSW voor de duur van zes maanden. 3.
  7. Het Uwv heeft verzocht om bevestiging van de aangevallen uitspraak. Het Uwv heeft in zijn verweerschrift erop gewezen dat de behandelend artsen, de orthopeed, neuroloog en de huisarts te kennen hebben gegeven dat de aandoening van appellante haar klachten niet verklaart. Ter zitting is van de kant van het Uwv meegedeeld dat bij besluit van 15 april 2014 de WGA-uitkering is beëindigd. Tegen dit besluit zijn geen rechtsmiddelen aangewend.
  8. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  9. Wat appellante in hoger beroep heeft gesteld vormt een herhaling van hetgeen zij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat deze gronden niet slagen. De aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. De verzekeringsartsen van het Uwv hebben rekening gehouden met de nek- en schouderklachten en de psychische klachten van appellante. In hoger beroep heeft appellante geen wezenlijke andere gezichtspunten of medische gegevens naar voren gebracht die tot een ander oordeel kunnen leiden. 4.
  10. Uit overweging 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  11. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R.E. Bakker, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juli
  12. (getekend) R.E. Bakker (getekend) M. Crum RB

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.