Datum uitspraak: 8 december 2015 13/656 WWB, 15/3680 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 12 december 2012, 12/7729 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (college) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. M.A.R. Schuckink Kool, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. De Raad heeft op 3 februari 2015 een tussenuitspraak gedaan. Het college heeft op 19 mei 2015 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Bij faxbericht van 19 juni 2015 heeft mr. Schuckink Kool namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen. Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten. OVERWEGINGEN Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. De Raad stelt vast dat mr. Schuckink Kool het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van het besluit van 19 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.