← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2015:799

13/5912 WWB Datum uitspraak: 17 maart 2015 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 19 september 2013, 13/456 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplats] (appellant) het Drechtstedenbestuur (Drechtstedenbestuur) PROCESVERLOOP Namens appellant heeft A.B. Schipper (gemachtigde) hoger beroep ingesteld. Het Drechtstedenbestuur heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 februari

  1. Namens appellant is gemachtigde Schipper verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Kleijn. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
  3. Op 5 april 2011 heeft gemachtigde namens appellant een aanvraag ingediend om bijstand. 1.
  4. Bij besluit van 14 april 2011 heeft het Drechtstedenbestuur de aanvraag van appellant afgewezen. Dit besluit is op dezelfde datum aan appellant verzonden. 1.
  5. Bij besluit van 13 december 2012 (bestreden besluit) heeft het Drechtstedenbestuur het bezwaar ongegrond verklaard.
  6. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft zelf in de zaak voorzien en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Hieraan heeft de rechtbank ten grondslag gelegd dat het besluit van 14 april 2011 uiterlijk in september 2011 aan gemachtigde is gezonden en dat de bezwaartermijn toen is gaan lopen. Het bezwaarschrift, dat dateert van 9 augustus 2012, is niet tijdig ingediend.
  7. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken grond tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
  8. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  9. Vaststaat dat het besluit van 14 april 2011 uiterlijk in september 2011 alsnog aan gemachtigde is verzonden en dat hij dit heeft ontvangen. De termijn voor het maken van bezwaar is een dag na deze bekendmaking aangevangen. 4.
  10. Ter zitting van de Raad heeft gemachtigde aangevoerd dat hij binnen zes weken na de in 4.1 bedoelde bekendmaking een bezwaarschrift heeft afgegeven bij de Sociale Dienst Drechtsteden. De stukken bieden echter geen aanknopingspunt voor dit voor het eerst ter zitting ingenomen standpunt. Dit betekent dat ervan moet worden uitgegaan dat appellant pas in augustus 2012 in bezwaar is gekomen van het in september 2011 bekendgemaakte besluit. Dat is te laat. 4.
  11. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
  12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door van P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 maart
  13. (getekend) P.W. van Straalen (getekend) M.S. Boomhouwer HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.