← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2015:851

13/6626 WIA Datum uitspraak: 13 maart 2015 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 1 november 2013, 12/1850 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. W.H.A. Bos, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari

  1. Appellante is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.H.G. Boelen. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante, laatstelijk werkzaam als interieurverzorgster, heeft zich op 31 mei 2010 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld met rechter schouder- en armklachten. Daarnaast was sprake van een aanpassingsstoornis in remissie. 1.
  3. Bij besluit van 11 mei 2012 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante met ingang van 28 mei 2012 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. 1.
  4. Bij besluit van 7 november 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 11 mei 2012 ongegrond verklaard. 2.
  5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat sprake is geweest van een zorgvuldig medisch onderzoek en dat er geen aanleiding is voor twijfel aan de juistheid van het medisch oordeel door het Uwv. Zij heeft bij haar oordeel betrokken dat appellante geen (medische) gegevens heeft ingezonden die aanleiding geven tot twijfel aan de juistheid van het medisch standpunt van het Uwv. 2.
  6. Over de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank geoordeeld dat de geselecteerde functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellante. Zij heeft verder overwogen dat appellante haar stelling dat zij in haar laatste dienstverband in een grotere urenomvang werkzaam is geweest niet aan de hand van loonkundige gegevens heeft onderbouwd.
  7. In hoger beroep heeft appellante staande gehouden dat het Uwv haar beperkingen niet juist heeft vastgesteld. Zij acht zich volledig arbeidsongeschikt. Zij heeft verder herhaald dat zij in haar laatste dienstverband in een grotere urenomvang werkzaam is geweest en dat de geselecteerde functies in medisch opzicht niet passend zijn.
  8. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  9. Wat appellante in hoger beroep naar voren heeft gebracht over de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit vormt een herhaling van hetgeen zij in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. Hierin zijn geen aanknopingspunten gelegen om te komen tot een andersluidend oordeel. Appellante heeft ook in hoger beroep geen stukken overgelegd die haar standpunt onderbouwen dat zij zwaarder beperkt is te achten dan door het Uwv is aangenomen dan wel die haar standpunt onderbouwen dat zij volledig arbeidsongeschikt is. 4.
  10. De rechtbank wordt gevolgd in haar oordeel dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht passend zijn voor appellante. Appellante heeft ook in hoger beroep geen gegevens ingezonden die haar standpunt onderbouwen dat zij in haar laatste dienstverband een grotere urenomvang werkzaam is geweest. 4.
  11. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
  12. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van K. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 maart
  13. (getekend) J.P.M. Zeijen (getekend) K. de Jong JL

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.