← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2016:1735

15/5905 AW Datum uitspraak: 12 mei 2016 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 juli 2015, 14/4720 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] (appellante) de Minister van Economische Zaken (minister) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. C.J.M. Waasdorp hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari

  1. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Waasdorp. De minister, opgeroepen om bij gemachtigde te verschijnen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.P. Tang, ir. E.J. van der Linden, drs. ing. J.P.M. van Hienen RA en mr. M. Coumpri. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante is bij een reorganisatie van de [naam dienst] van het ministerie van Economische Zaken met ingang van 1 januari 2012 geplaatst in de functie van [functie A], schaal 11, bij Uitvoeringsbeleid. Deze plaatsing is bij beslissing op bezwaar van 10 juli 2012 gehandhaafd. De Raad heeft bij zijn uitspraak van heden met nummer 14/5280 AW het besluit van 10 juli 2012 in stand gelaten. 1.
  3. In verband met een volgende fase van het reorganisatieproces is bij besluit van 19 juli 2013 appellantes uitgangspositie voor de plaatsingsprocedure vastgesteld op functievolger voor (Senior) Adviseur schaal 11 in het kennisgebied EU Fondsen met de roepnaam [functie A]. Bij besluit van 27 mei 2014 (bestreden besluit) is het bezwaar daartegen niet-ontvankelijk verklaard.
  4. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het bestreden besluit vernietigd, het bezwaar ongegrond verklaard en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
  5. Het hoger beroep van appellante is gericht tegen de beslissing van de rechtbank om het bezwaar ongegrond te verklaren.
  6. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  7. De uitgangspositie van appellante bij deze (fase van de) reorganisatie is een gevolg van de onder 1.1 genoemde plaatsing van appellante per 1 januari
  8. Appellantes hoger beroepsgronden zijn in de kern gericht tegen de juistheid van die plaatsing. Nu die plaatsing bij de uitspraak met nummer 14/5280 AW in stand is gebleven en zelfstandige beroepsgronden tegen het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak ontbreken, slaagt het hoger beroep niet. 4.
  9. De aangevallen uitspraak komt daarom, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en J.J.T. van den Corput en M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 mei
  11. (getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans (getekend) A. Mansourova HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.