14/6974 WW, 15/1171 WW Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep en op het incidenteel hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 1 december 2014, 13/7337 (aangevallen uitspraak) Partijen: de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) [Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene) Datum uitspraak: 18 mei 2016 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Namens betrokkene heeft mr. G. Wind, advocaat, een verweerschrift ingediend en incidenteel hoger beroep ingesteld. Appellant heeft gereageerd op het verweerschrift en de gronden van incidenteel hoger beroep van betrokkene. Appellant heeft enkele vragen van de Raad beantwoord. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2016. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. M.P.W.M. Wiertz. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. Wind. OVERWEGINGEN 1.1. Betrokkene is bij besluit van 11 juni 2013 met ingang van 3 juni 2013 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Het dagloon is daarbij vastgesteld op € 169,89. 1.2. Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 juni 2013. De gronden van zijn bezwaar hebben zich daarbij uitsluitend gericht tegen de hoogte van het dagloon, dat naar zijn mening hoger had moeten zijn. 1.3. Bij besluit van 5 november 2013 (bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar van betrokkene ongegrond verklaard. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het besluit van 11 juni 2013 herroepen, zelf in de zaak voorzien door het dagloon vast te stellen op € 183,76 en bepalingen gegeven ten aanzien van de proceskosten en het griffierecht. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat, naar tussen partijen niet in geschil is, de referteperiode liep van mei 2012 tot en met april 2013. Appellant is terecht uitgegaan van het in deze periode volgens de polisadministratie (Suwinet) door de werkgever verantwoorde sv-loon. Appellant heeft echter naar het oordeel van de rechtbank een onjuiste toepassing gegeven aan artikel 6 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (Dagloonbesluit). In verband daarmee heeft de rechtbank het dagloon gecorrigeerd. 3.1. Appellant heeft in hoger beroep de juistheid betwist van de uitleg die de rechtbank heeft gegeven aan artikel 6 van het Dagloonbesluit en vastgehouden aan het door hem vastgestelde dagloon van € 169,89. 3.2. Betrokkene heeft in hoger beroep een iets hoger dagloon bepleit dan door de rechtbank vastgesteld. Hij heeft daartoe een vijftal berekeningen overgelegd. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1.1. In artikel 44 van de WW is bepaald dat de uitkering op grond van hoofdstuk II van de WW wordt berekend naar het dagloon. 4.1.2. Artikel 45 van de WW is per 1 juni 2013 gewijzigd. Vanaf die datum tot 1 juli 2015 luidde dit artikel: 1. Voor de berekening van de uitkering waarop op grond van dit hoofdstuk recht bestaat, wordt als dagloon beschouwd 1/261 deel van het loon dat de werknemer in de periode van één jaar, die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin het arbeidsurenverlies, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, is ingetreden, verdiende in de dienstbetrekking waaruit hij werkloos is geworden, doch ten hoogste het bedrag, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, met betrekking tot een loontijdvak van een dag. 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden, onder meer wanneer de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, korter heeft geduurd dan het jaar, bedoeld in het eerste lid, ten aanzien van de vaststelling van het dagloon, bedoeld in het eerste lid, en de herziening ervan nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld. 4.1.3. Met ingang van 1 juni 2013 is het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen ingetrokken en is het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen (Dagloonbesluit) in werking getreden. In het Dagloonbesluit was ten tijde en voor zover hier van belang bepaald: Artikel 2. Refertejaar voor ZW en WW 1. Onder refertejaar wordt in dit hoofdstuk de periode verstaan van een jaar die eindigt op de laatste dag van het tweede aangiftetijdvak voorafgaande aan het aangiftetijdvak waarin de ziekte of het arbeidsurenverlies is ingetreden. Artikel 3. Loonbegrip voor ZW en WW 1. Onder loon wordt in dit hoofdstuk verstaan loon in de zin van artikel 16 van de Wfsv, genoten in het refertejaar uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek of werkloos is geworden (…). Artikel 4. Algemene bepalingen over het loon voor ZW en WW 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de werknemer geacht zijn loon te hebben genoten in het aangiftetijdvak waarover de werkgever van dat loon opgave heeft gedaan. 2. Onder loon als bedoeld in artikel 3 wordt mede begrepen loon uit de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek of werkloos is geworden (…), waarvan de werknemer aantoont dat dit in het refertejaar vorderbaar maar niet tevens inbaar is geworden. Artikel 5. Dagloon voor ZW en WW 1. Het dagloon van uitkeringen op grond van de ZW en WW is de uitkomst van de volgende berekening: [(A-B) x 108/100 + C] / D waarbij: A staat voor het loon dat de werknemer in het refertejaar heeft genoten bij een werkgever die vakantiebijslag reserveert; B staat voor de bedragen aan vakantiebijslag die de werknemer in het refertejaar heeft genoten; C staat voor het loon dat de werknemer in het refertejaar heeft genoten bij een werkgever die geen vakantiebijslag reserveert; en D staat voor 261 dan wel, indien de dienstbetrekking waaruit de werknemer ziek of werkloos is geworden is aangevangen na aanvang van het refertejaar, voor het aantal dagloondagen vanaf en met inbegrip van de dag waarop de dienstbetrekking is aangevangen tot en met de laatste dag van het refertejaar. Artikel 6 Loon in geval van ziekte of verlof tijdens een dienstbetrekking 1. Indien de werknemer in een aangiftetijdvak geen loon of minder loon heeft genoten (…) omdat hij de bedongen arbeid niet heeft verricht in verband met ziekte, wordt bij de berekening van het dagloon, bedoeld in artikel 5, eerste lid, als loon in dat aangiftetijdvak in aanmerking genomen het loon, genoten in dezelfde dienstbetrekking in het laatste aan (…) die ziekte, voorafgaande en volledig in het refertejaar gelegen aangiftetijdvak, waarin die omstandigheid zich niet heeft voorgedaan. (…) 4. Dit artikel blijft buiten toepassing indien; a. de toepassing van dit artikel leidt tot een lager dagloon (…) 4.1.4. In artikel 33a, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is voor zover van belang bepaald: De gegevens, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen worden verkregen, worden door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet verkregen van de in het eerste lid genoemde uitkeringsgerechtigden, voor zover zij verkregen kunnen worden uit de polisadministratie, bedoeld in artikel 33 (…), tenzij hierdoor een goede vervulling van de taak van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van dit artikel wordt belet of bij wettelijk voorschrift anders is bepaald. 4.2. Wat er in de relevante aangiftetijdvakken in het refertejaar is genoten aan loon wordt door het Uwv in beginsel vastgesteld aan de hand van de bedragen die door de werkgever zijn aangegeven en die met die aangifte in die polisadministratie zijn vastgelegd. Uit vaste rechtspraak (zie onder meer ECLI:NL:CRVB:2012:BX5848, ECLI:NL:CRVB:2014:631 en ECLI:NL:CRVB:2015:2789) volgt dat het Uwv mag uitgaan van de gegevens uit de polisadministratie, tenzij noodzakelijke gegevens ontbreken of wordt aangetoond dat deze gegevens onjuist zijn. Voor zover betrokkene heeft bedoeld te stellen dat de gegevens uit de polisadministratie onjuistheden bevatten is betrokkene er niet in geslaagd dit aan te tonen. Hierna wordt daarom uitgegaan van de volgende gegevens. 4.3. Uit de polisadministratie komt naar voren dat de werkgever van betrokkene over de in het refertejaar gelegen aangiftetijdvakken van een maand de volgende bedragen als sv-loon heeft verantwoord: - mei 2012 € 7.043,38 - juni 2012 € 3.428,16 - juli 2012 € 3.436,80 - augustus 2012 € 4.766,88 - september 2012 € 2.918,59 - oktober 2012 € 2.918,59 - november 2012 € 2.510,93 - december 2012 € 5.456,61 - januari 2013 € 2.255,83 - februari 2013 € 2.255,83 - maart 2013 € 2.681,18 - april 2013 € 3.270,18. 4.4. Uit de polisadministratie blijkt ook dat in het genoten sv-loon zijn begrepen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.