14/5361 AKW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 augustus 2014, 13/6275 (aangevallen uitspraak), Partijen: [appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant), de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 15 juli 2016 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juni
- Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens. OVERWEGINGEN 1.
- Appellant woont in Marokko. In 1972 is hij met behoud van zijn uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar Marokko teruggekeerd. Appellant ontvangt inmiddels een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Appellant heeft voor zijn kinderen [A.], [B.], [C.], [D.] en [E.], geboren respectievelijk [in] 1995, [in] 2000, [in] 2001 en [in] 2004, kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) ontvangen. 1.
- Bij besluit van 2 augustus 2013 heeft de Svb appellant medegedeeld dat hij met ingang van het vierde kwartaal van 2013 geen recht meer heeft op kinderbijslag voor deze kinderen. Aan dit besluit heeft de Svb ten gronde gelegd dat per 1 januari 2000 de verplichte verzekering voor de AKW van in het buitenland wonende WAO-gerechtigden is afgeschaft. Na 1 januari 2000 behield appellant recht op kinderbijslag op grond van de overgangsregeling. [B.] en [A.] zijn in het derde kwartaal van 2013 18 jaar geworden. Daardoor heeft appellant vanaf het vierde kwartaal van 2013 geen recht meer op kinderbijslag voor alle kinderen. 1.
- Bij het bestreden besluit van 17 september 2013 is het bezwaar tegen het besluit van 2 augustus 2013 ongegrond verklaard.
- De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
- Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij verzekerd is voor de AKW op grond van zijn AOW-pensioen.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- Ingevolge artikel 26, eerste lid onder a, van het Besluit uitbreiding en beperking kring der verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746) was tot 1 januari 2000 verzekerd voor de AKW de persoon die buiten Nederland was gaan wonen en op de dag van zijn vertrek recht had op een WAO-pensioen. 4.
- Artikel 26 van KB 746 is met ingang van 1 januari 2000 vervallen. In artikel 27 van KB 746 was bepaald dat degene die tot aan 1 januari 2000 verzekerd was op grond van artikel 26 en die uitsluitend door het vervallen van dat artikel vanaf die dag geen recht meer heeft op kinderbijslag, voor het bepalen van de verzekeringspositie artikel 26 van toepassing blijft, voor zolang het jongste kind dat vóór die dag recht had op kinderbijslag, de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. Deze overgangsregeling is sinds 1 januari 2006 opgenomen in artikel 7c van de AKW. 4.
- Ingevolge artikel 26 van KB 746 was appellant, die op de dag van zijn vertrek naar Marokko recht had op een WAO-uitkering, verzekerd voor de AKW. Op grond van de in artikel 27 van het KB 746, en later op grond van de in artikel 7c van de AKW vervatte overgangsregeling, is appellant, ook na het vervallen van artikel 26 van KB 746 op 1 januari 2000, voor de AKW verzekerd gebleven. De grondslag voor verzekering op grond van de AKW verviel echter op het moment dat de jongste kinderen voor wie appellant voór 1 januari 2000 recht had op kinderbijslag, in dit geval [B.] en [A.], de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt. 4.
- De Raad stelt vast dat [B.] en [A.] in het derde kwartaal van 2013 18 jaar zijn geworden. Dit heeft tot gevolg dat appellant vanaf het vierde kwartaal van 2013 niet langer verzekerd is voor de AKW. Dit betekent dat de Svb terecht het recht op kinderbijslag voor alle kinderen met ingang van het vierde kwartaal van 2013 heeft beëindigd. 4.
- Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak bevestigd dient te worden.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos als voorzitter, in tegenwoordigheid van N. van Rooijen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 juli
- (getekend) E.E.V. Lenos (getekend) N. van Rooijen Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden. SS