14/2262 WWB Datum uitspraak: 26 juli 2016 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 27 februari 2014, 13/3854 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] (appellant) en [appellante] (appellante), beiden te [woonplaats] het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas (college) PROCESVERLOOP Appellanten hebben hoger beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaken 14/278 WWB, 14/279 WWB, 14/1133 WWB, 14/1134 WWB en 14/2263 WWB, plaatsgevonden op 14 juni
- Appellanten zijn verschenen. Het college is, met bericht, niet verschenen. In de genoemde zaken wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan. OVERWEGINGEN
- De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
- Bij besluit van 17 januari 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 31 mei 2013 (bestreden besluit), heeft het college bijzondere bijstand in een deel van de kosten van de aanvullende ziektekostenverzekering van appellanten bij Zilveren Kruis Achmea over het jaar 2013 toegekend.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en bepaald dat het college het betaalde griffierecht aan appellanten vergoedt.
- Appellanten hebben zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd, voor zover daarbij het beroep ongegrond is verklaard.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- In artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. 4.
- Zoals de Raad eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 8 maart 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP7532, behoren de premiekosten voor een aanvullende ziektekostenverzekering niet tot de noodzakelijke kosten van het bestaan in de zin van artikel 35, eerste lid, van de WWB. De enkele stelling van appellanten dat zij kosten verwachten die niet door de basisverzekering worden gedekt maakt niet dat in hun geval sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan de meerkosten van de aanvullende ziektekostenverzekering over 2013 wel als noodzakelijk zijn aan te merken. 4.
- Uit 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, zal daarom worden bevestigd.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juli
- (getekend) P.W. van Straalen (getekend) M.S. Boomhouwer HD