← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2016:3590

15/467 TOG Datum uitspraak: 28 september 2016 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 11 december 2014, 14/1382 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 augustus

  1. Partijen zijn niet verschenen, de Svb na berichtgeving. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.
  3. Appellant heeft op grond van de Regeling tegemoetkoming ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen (TOG) een tegemoetkoming aangevraagd in de onderhoudskosten van zijn zoon [naam] , geboren in
  4. Deze aanvraag is op 14 februari 2014 bij de Svb ingediend. 1.
  5. Bij besluit van 21 februari 2014 heeft de Svb aan appellant met ingang van het eerste kwartaal van 2014 een tegemoetkoming TOG van € 215,80 per kwartaal toegekend. Appellant heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt. 1.
  6. Bij besluit van 25 maart 2014 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar ongegrond verklaard. Daaraan heeft de Svb ten grondslag gelegd dat er geen aanleiding is om met terugwerkende kracht tot 2013 een tegemoetkoming toe te kennen. Van een bijzonder geval om dat te doen, is de Svb niet gebleken. Appellant heeft tegen dat besluit beroep ingediend bij de rechtbank.
  7. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank, voor zover van belang, overwogen dat de omstandigheid dat appellant niet bekend was met de wettelijke bepalingen, waardoor hij de tegemoetkoming niet eerder heeft aangevraagd, op grond van de beleidsregels van de Svb niet kan worden aangemerkt als een bijzonder geval om met terugwerkende kracht een tegemoetkoming te verlenen. Verder is de rechtbank niet gebleken dat appellant door de Svb of door onderwijs- en zorginstelling Kentalis verkeerd zou zijn voorgelicht.
  8. Appellant heeft de aangevallen uitspraak gemotiveerd bestreden. Kort samengevat heeft appellant aangevoerd dat tussen Kentalis en hem een vertrouwensrelatie is ontstaan, waardoor hij er vanuit ging dat Kentalis hem zou informeren over zaken die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van [naam] . Kentalis heeft hem niet over de TOG geïnformeerd.
  9. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  10. Voor een weergave van de relevante wettelijke bepalingen en beleidsregels van de Svb verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. 4.
  11. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat op grond van de door appellant aangevoerde omstandigheden geen bijzonder geval kan worden aangenomen om met terugwerkende kracht een tegemoetkoming te verlenen. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat onbekendheid met de wettelijke bepalingen geen bijzonder geval oplevert. De stelling van appellant dat Kentalis hem niet in 2013 heeft geattendeerd op de mogelijkheid van een tegemoetkoming TOG, maakt dat niet anders. 4.
  12. Gelet op het hiervoor overwogene slaagt het hoger beroep niet en komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
  13. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van N. van Rooijen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 september
  14. (getekend) A.J. Schaap (getekend) N. van Rooijen TM

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.