← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2016:423

14/6246 WWB-PV, 14/6248 WWB-PV Datum uitspraak: 19 januari 2016 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 3 oktober 2014, 13/3277 (aangevallen uitspraak) Partijen: de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (staatssecretaris) het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (college) Zitting hebben: A.B.J. van der Ham (voorzitter) en P.W. van Straalen en J.T.H. Zimmerman als leden. Griffier: C.A.W. Zijlstra. Ter zitting zijn verschenen: - mr. L.E. Sipos en drs. J.A.M. Helderman namens de staatssecretaris en - J. Tijsma namens het college, bijgestaan door mr. H. Eillert. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak; bepaalt dat de staatssecretaris binnen twee maanden na 19 januari 2016 een nieuwe beslissing op het bezwaar tegen het besluit van 28 december 2012 neemt, met inachtneming van de navolgende overwegingen; bepaalt dat beroep tegen de door staatssecretaris te nemen beslissing op bezwaar slechts bij de Raad kan worden ingesteld; veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van het college tot een bedrag van € 1.984,-; - bepaalt dat van de staatssecretaris een griffierecht van € 493,- wordt geheven. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen: Partijen hebben beide hoger beroep ingesteld. De zaak van de staatssecretaris is geregistreerd onder nummer 14/6246 WWB en die van het college onder nummer 14/6248 WWB. Inzake 14/6248 WWB Het college heeft het hoger beroep ter zitting van de Raad ingetrokken. Inzake 14/6246 WWB Na het verhandelde ter zitting is niet langer in geschil dat de staatssecretaris, zoals de rechtbank heeft opgedragen, een nader besluit dient te nemen op het bezwaar van het college tegen het besluit van 28 december 2012. Het hoger beroep is gelet daarop ongegrond. Om die reden is de aangevallen uitspraak bevestigd. Met betrekking tot de inhoud van het nader te nemen besluit zijn partijen het volgende overeengekomen. De staatssecretaris zal inzichtelijk maken hoe de Inspectie SZW, en in navolging daarvan de Toetsingscommissie WWB en de staatssecretaris zelf, het causaal verband (de vraag of de overstijging van het tekort het gevolg is van beleidskeuzen, dan wel handelen van het college of de gemeenteraad) toetst. Daarbij zal in ieder geval worden betrokken de vraag of en, zo ja, in hoeverre externe factoren (zoals de toename in 2011 van het aantal alleenstaande ouders) en de vele uitstroom bevorderende maatregelen die het college heeft genomen (onder andere gericht op uitstroom uit de WW), gelet ook op de beleidsvrijheid die het college toekomt, worden gewogen bij de beantwoording van de vraag of het tekort het gevolg is van beleidskeuzen, dan wel handelen van het college of de gemeenteraad. De staatssecretaris zal de Inspectie SZW een onderzoeksopdracht geven om dit inzichtelijk te maken. Met het oog op een voortvarende afdoening van het geschil bestaat aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht te bepalen dat tegen de door de staatssecretaris te nemen beslissing op bezwaar slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld. Waarvan proces-verbaal. De griffier De voorzitter (getekend) C.A.W. Zijlstra (getekend) A.B.J. van der Ham Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.