16/1947 AKW Datum uitspraak: 9 december 2016 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 februari 2016, 14/14 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft een vraag van de Raad beantwoord. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 oktober
- Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door W. van Wenberg. OVERWEGINGEN 1.
- Bij besluit van 14 januari 2013 heeft de Svb aan appellant meegedeeld dat de hoogte van de kinderbijslag die hij voor zijn kinderen ontvangt vanaf 1 januari 2013 wordt aangepast aan het kostenniveau van het land waar hij woont en dat een woonlandfactor van 60% wordt toegepast. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij beslissing op bezwaar van 6 december 2013 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. 1.
- Tijdens de procedure bij de rechtbank heeft de Svb naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van 12 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4181, op 19 maart 2015 een nieuwe beslissing op het bezwaar afgegeven waarbij het bezwaar van appellant tegen het besluit van 14 januari 2013 gegrond is verklaard. Aan appellant is met terugwerkende kracht tot 1 januari 2013 recht op volledige kinderbijslag toegekend. Aan hem is een nabetaling gedaan van de ten onrechte niet ontvangen kinderbijslag en ook de wettelijke rente over dit bedrag is betaald.
- De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. Hiertoe is overwogen dat de Svb vanaf 1 januari 2013 niet langer de woonlandfactor op de kinderbijslag van appellant toepast en daarmee volledig is tegemoetgekomen aan hetgeen appellant met zijn beroep wenste te bereiken. Appellant heeft dan ook geen procesbelang meer bij een beoordeling van het eerste of van het nadere besluit.
- In hoger beroep heeft appellant desgevraagd te kennen gegeven dat hij het niet eens is met de beslissing van de Svb om de kinderbijslag voor zijn in 2006 geboren zoon in te trekken omdat zijn dochter de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
- Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden ten volle onderschreven Appellant heeft tegen de toepassing van de woonlandfactor bezwaar ingesteld en aan het bezwaar daartegen is door de Svb volledig tegemoetgekomen. Over bezwaren van appellant tegen een nadien door de Svb genomen besluit, waarbij kennelijk het recht op kinderbijslag is beëindigd, kan in dit geding geen oordeel gegeven worden. 4.
- Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door L. Koper, in tegenwoordigheid van J.C. Borman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december
- (getekend) L. Koper (getekend) J.C. Borman SS