← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2016:567

14/5290 AOW Datum uitspraak: 19 februari 2016 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 augustus 2014, 13/5063 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari

  1. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante is geboren in 1938 en heeft haar hele leven in Marokko gewoond. In 1963 is appellante gehuwd met [A.] , die enige tijd in Nederland heeft gewoond en gewerkt en later is gehuwd met [B.] . [A.] is op 7 mei 2013 overleden. 1.
  3. Eind 2011 heeft appellante de Svb verzocht om haar een ouderdomspensioen toe te kennen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Deze aanvraag is bij besluit van 3 mei 2013 ingewilligd, in die zin dat bij dit besluit vanaf april 2011 een ouderdomspensioen aan appellante is toegekend. 1.
  4. Tegen het besluit van 3 mei 2013 heeft appellante bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft de Svb bij besluit van 6 augustus 2013 (bestreden besluit) onder verwijzing naar artikel 16 van de AOW gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaard. In vervolg hierop is over december 2010 tot en met maart 2011 een ouderdomspensioen aan appellante toegekend en nabetaald.
  5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen sprake is van een bijzonder geval op grond waarvan met meer dan één jaar terugwerkende kracht een ouderdomspensioen aan appellante moet worden toegekend.
  6. In hoger beroep heeft appellante betoogd dat zij niet eerder dan eind 2011 een aanvraag bij de Svb heeft ingediend, omdat zij door [A.] op het verkeerde been is gezet en lang niet heeft geweten dat zij een zelfstandig recht heeft op een ouderdomspensioen op grond van de AOW. 4.
  7. De Raad oordeelt als volgt. 4.
  8. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit oordeel berust. Onbekendheid met de wet levert in de regel en ook in dit geval geen grond op om een bijzonder geval als bedoeld in artikel 16 van de AOW aanwezig te achten. 4.
  9. Uit punt 4.2 volgt dat het hoger beroep van appellante faalt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
  10. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari
  11. (getekend) E.E.V. Lenos (getekend) R.L. Rijnen NK

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.