← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2016:777

15/2059 AOW Datum uitspraak: 19 februari 2016 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 13 februari 2015, 14/778 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari

  1. Appellant is, zoals hij tevoren heeft bericht, niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. OVERWEGINGEN 1.
  2. Het op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aan appellant toegekende ouderdomspensioen is per 1 november 2009 door de Svb ingetrokken op de aan artikel 8b van de AOW ontleende grond dat appellant rechtens zijn vrijheid is ontnomen. In verband daarmee is een bedrag van appellant teruggevorderd. Door de uitspraak van de Raad van 8 augustus 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2686, is de besluitvorming hierover, voor zover in dit geding van belang, in rechte onaantastbaar geworden. 1.
  3. Bij besluit van 1 oktober 2013 heeft de Svb € 12.629,62 te veel betaald ouderdomspensioen ingevorderd en een betalingsregeling vastgesteld, waarbij vanaf oktober 2013 maandelijks € 10,78 wordt verrekend met het ouderdomspensioen dat appellant is toegekend op grond van de AOW. 1.
  4. Tegen het besluit van 1 oktober 2013 heeft appellant bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft de Svb bij besluit van 24 januari 2014 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
  5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. 3.
  6. In hoger beroep heeft appellant opnieuw aangevoerd dat hij ten onrechte gedetineerd is geweest. Zijn grieven richten zich specifiek tegen een strafrechtelijke gang van zaken. 3.
  7. De Svb heeft de Raad verzocht om de aangevallen uitspraak te bevestigen. Desgevraagd heeft de Svb ter zitting van de Raad meegedeeld dat de aflossingscapaciteit van appellant recent voor een toekomende periode is vastgesteld op nihil. 4.
  8. De Raad oordeelt als volgt. 4.
  9. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit oordeel berust. De Raad kan niet ingaan op de grieven zoals appellant die heeft geformuleerd. Zij vallen buiten de omvang van dit geding. Bij het bestreden besluit heeft de Svb de berekening van de aflossingscapaciteit van appellant toegelicht. Appellant heeft tegen die berekening geen specifieke gronden aangevoerd. 4.
  10. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep van appellant faalt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
  11. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari
  12. (getekend) E.E.V. Lenos (getekend) H.J. Dekker NK

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.