← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2017:207

16/3861 ANW Datum uitspraak: 20 januari 2017 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 april 2016, 15/7828 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. P. Goettsch, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Appellante heeft 28 november 2016 en 30 november 2016 nog nadere stukken ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december

  1. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Goettsch. Als getuigen zijn verschenen [B.], [C.] en [D.]. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes. OVERWEGINGEN
  2. Met een besluit van 26 juni 2015 heeft de Svb appellante laten weten het besluit van 29 januari 2002 te handhaven. In dat besluit heeft de Svb geweigerd appellante in aanmerking te brengen voor een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). Namens appellante is op 30 september 2015 bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij besluit van 26 oktober 2015 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.
  3. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, omdat de Svb ten onrechte in de bezwaarfase appellante niet heeft gehoord. Maar omdat het bezwaar niet verschoonbaar te laat was ingediend, heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand gelaten.
  4. In hoger beroep heeft appellante haar stelling herhaald dat zij door de zorg voor haar moeder in de bezwaarfase niet in staat was tijdig bezwaar in te stellen. Ter onderbouwing hiervan heeft zij een aantal verklaringen ingezonden. 4.
  5. Voordat aan de inhoudelijke behandeling van een bezwaar toegekomen kan worden, dient een bezwaarschrift aan een aantal formele voorwaarden te voldoen. Eén van deze voorwaarden is, dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend. Op grond van de artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het bezwaarschrift uiterlijk zes weken gerekend vanaf de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, door het bestuursorgaan te zijn ontvangen. In dit geding is de bezwaartermijn begonnen op 27 juni 2015 en eindigde op 10 augustus
  6. Het bezwaarschrift is door de Svb ontvangen op 30 september 2015, zodat geconcludeerd moet worden dat appellante het bezwaar te laat heeft ingediend. 4.
  7. Op grond van artikel 6:11 van de Awb kan niet-ontvankelijk verklaring achterwege blijven als in redelijkheid niet geoordeeld kan worden dat appellante in verzuim in geweest. Appellante heeft niet met (medische) verklaringen aangetoond dat zij de hele periode waarin zij bezwaar had kunnen maken niet in staat is geweest, eventueel met hulp van derden, een, zo nodig pro forma, bezwaarschrift in te dienen. Zij heeft aangegeven dat iemand van Humanitas, die haar hielp met de administratie, haar niet heeft gewezen op de mogelijkheid van bezwaar en de bezwaartermijn. Wat hier ook van zij, appellante is zelf verantwoordelijk voor het tijdig reageren op een besluit, indien zij hier bezwaar tegen wil maken. In het besluit van 26 juni 2015 is opgenomen hoe en voor welke datum appellante bezwaar kan maken. Dat, zoals ook uit de verklaringen van de meegebrachte getuigen blijkt, appellante in deze tijd veel tijd en aandacht besteedde aan haar zieke moeder is evenmin voldoende reden de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar te achten. 4.
  8. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat de rechtbank terecht de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand heeft gelaten. De aangevallen uitspraak zal dan ook bevestigd worden.
  9. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door P. Vrolijk, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari
  10. (getekend) P. Vrolijk (getekend) G.J. van Gendt IvR

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.