16/2172 AOW Datum uitspraak: 20 januari 2017 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 februari 2016, 15/6482 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] Marokko (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft dit beroepschrift op 5 april 2016 doorgezonden aan de Raad. De Svb heeft een reactie op dit hoger beroepschrift ingezonden. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december
- Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes. OVERWEGINGEN
- Met een formulier, gedateerd 13 april 2015, heeft appellant opnieuw verzocht toegelaten te worden tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). In een besluit van 16 juni 2015 heeft de Svb deze aanvraag afgewezen, onder verwijzing naar de afwijzende beslissing van 17 januari 2012 op een eerdere aanvraag van appellant. Met een besluit van 15 september 2015 (bestreden besluit) is het besluit van 16 juni 2015 in stand gelaten.
- De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant geen gronden heeft aangevoerd die zich richten tegen het bestreden besluit.
- In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij toegelaten wil worden tot de vrijwillige verzekering AOW/ANW en bereid is de daarvoor noodzakelijke premies te betalen.
- Ter beoordeling ligt voor de vraag of de rechtbank op goede gronden het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van gronden die zich richten tegen het bestreden besluit, zoals bedoeld in artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. Er bestaat op dit punt geen reden tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De brief van 1 oktober 2015 waarmee appellant beroep heeft ingesteld bevat geen gronden. In de brief van 25 oktober 2015, een reactie op het verzoek van de rechtbank de gronden tegen het bestreden besluit aan te voeren, wordt door appellant slechts gesproken over een besluit 14 augustus 2014 van de Svb dat betrekking had op de Algemene Kinderbijslagwet. Er bevinden zich geen brieven in het dossier waarin appellant een grond aanvoert tegen de weigering hem toe te laten tot de vrijwillige verzekering AOW/ANW. Nu appellant geen gronden heeft aangevoerd tegen het bestreden besluit, heeft de rechtbank appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
- Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door P. Vrolijk, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari
- (getekend) P. Vrolijk (getekend) G.J. van Gendt UM