← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2017:2400

16/4903 AW, 16/4904 AW Datum uitspraak: 13 juli 2017 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op de hoger beroepen tegen de uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 23 juni 2016, 14/5563 en 14/5549 (aangevallen uitspraken) Partijen: [appellant 1] te [woonplaats 1] en [appellant 2] te [woonplaats 2] (appellanten) de korpschef van politie (korpschef) PROCESVERLOOP Namens appellanten heeft mr. W.J. Dammingh, advocaat, hoger beroep ingesteld. De korpschef heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaken 16/4689 AW tot en met 16/4695 AW, 16/5077 AW en 16/5078 AW, plaatsgevonden op 2 juni

  1. Appellanten werden vertegenwoordigd door mr. W. de Klein, advocaat, die mr. Dammingh verving. De korpschef werd vertegenwoordigd door mr. V. de Kruijf-Stellaard, mr. drs. M.J.M. Suijs en L.M. van den Hil. In de gevoegde zaken wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan. OVERWEGINGEN 1.
  2. Voor het kader en de regelgeving van dit hoger beroep verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 1 juni 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1550 en ECLI:NL:CRVB:2015:1663). 1.
  3. De korpschef heeft de uitgangspositie van appellanten voor hun toekomstige functie in het kader van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) bepaald op Beleidsmedewerker B (schaal 10). Deze besluiten staan in rechte vast. 1.
  4. Op 16 december 2013 heeft de korpschef ten aanzien van appellanten besloten tot toekenning van en overgang naar de LFNP-functie van Bedrijfsvoering Specialist B, in het domein Ondersteuning in het vakgebied Bedrijfsvoeringspecialismen met bijbehorende schaal
  5. 1.
  6. Bij de besluiten van 4 juli 2014 (bestreden besluiten) zijn de hiertegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
  7. Bij de aangevallen uitspraken heeft de rechtbank de beroepen van appellanten ongegrond verklaard.
  8. Naar aanleiding van wat appellanten in hoger beroep hebben aangevoerd, komt de Raad tot de volgende beoordeling. 3.
  9. In de onder 1.1 genoemde uitspraken van 1 juni 2015 heeft de Raad overwogen dat de korpschef bij besluiten over de toekenning van en overgang naar een LFNP-functie ervan mag uitgaan dat toepassing van de voor het matchingsproces geldende regels tot de in de transponeringstabel vermelde uitkomst leidt. Hij mag in beginsel volstaan met een verwijzing naar de transponeringstabel. Het is aan de betrokken politieambtenaar om aannemelijk te maken dat de matching niet overeenkomstig de Regeling overgang naar een LFNP functie (Regeling) is geschied of dat het resultaat van de matching anderszins onhoudbaar is te achten. 3.
  10. Appellanten stellen dat de matching niet overeenkomstig de Regeling is geschied, omdat hun korpsfunctie ten onrechte niet is gewaardeerd en de schaal daarvan niet vaststaat. Omdat de matching op schaal plaatsvindt had de korpschef eerst de functie moeten laten waarderen, aldus appellanten. 3.
  11. Dit betoog slaagt niet. Uit de gedingstukken blijkt, anders dan appellanten stellen, dat de korpsfunctie van Beleidsmedewerker B in 2007 is gewaardeerd en wel op schaal
  12. Zoals ook in de uitspraken van 1 juni 2015 is overwogen, is uitgangspunt bij de matching conform het bepaalde in artikel 3 van de Regeling steeds de formele functiebeschrijving geweest en de daarbij behorende schaal, zo ook in het geval van appellanten. Indien appellanten van mening waren dat hun functie nooit goed is beschreven en gewaardeerd, had het op hun weg gelegen om in het kader van het LFNP functieonderhoud aan te vragen. Een geslaagd beroep op functieonderhoud zou immers hebben geleid tot een nieuwe functiewaardering en daarmee mogelijkerwijs tot een hogere functieschaal en een andere uitgangspositie. Nu appellanten geen functieonderhoud hebben aangevraagd, dient dit voor hun rekening en risico te blijven en is de matching terecht geschied op basis van de in 1.2 genoemde uitgangspositie en de daarbij behorende schaal. 3.
  13. De hoger beroepen slagen niet en de aangevallen uitspraken dienen te worden bevestigd.
  14. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken. Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en J.N.A. Bootsma en H.A.A.G. Vermeulen als leden, in tegenwoordigheid van J. Tuit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 juli
  15. (getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans (getekend) J. Tuit HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.