← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2017:2445

16/6038 PW Datum uitspraak: 18 juli 2017 Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 15 september 2016, 15/7383 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats], appellant het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Veluwerand (dagelijks bestuur) PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni

  1. Appellant is verschenen. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.M. Brands. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
  3. Appellant, afkomstig uit Iran, ontvangt sinds 4 januari 2008 met onderbrekingen een bijstandsuitkering, laatstelijk naar de norm voor een alleenstaande. 1.
  4. Bij besluit van 10 juni 2015, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 20 november 2015 (bestreden besluit), heeft het dagelijks bestuur appellant tot 1 juli 2016 met toepassing van artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet (PW) ontheven van de arbeidsverplichtingen.
  5. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang.
  6. Appellant heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
  7. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  8. In hoger beroep is de vraag aan de orde of de rechtbank het beroep van appellant terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Van een actueel procesbelang kan slechts sprake zijn indien het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het instellen van (hoger) beroep nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben. 4.
  9. De rechtbank heeft aan zijn oordeel, verkort weergegeven, ten grondslag gelegd dat de termijn van de ontheffing op 1 juli 2016 was verstreken en niet gesteld of gebleken was dat appellant schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit. 4.
  10. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Appellant heeft in hoger beroep desgevraagd meegedeeld dat zijn procesbelang hierin is gelegen dat hij in de toekomst als zelfstandige wil werken. Dit is geen actueel procesbelang als onder 4.1 bedoeld. 4.
  11. Uit 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
  12. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van L.V. van Donk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli
  13. (getekend) P.W. van Straalen (getekend) L.V. van Donk HD

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.