16/5385 AOW Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 juli 2016, 16/63 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 18 augustus 2017 PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 juli
- Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F. Sturmans. OVERWEGINGEN 1.
- Appellant, geboren [in] 1950, is sinds 1977 gehuwd met [naam] , geboren in
- Bij besluit van 28 augustus 2015 is op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aan appellant met ingang van oktober 2015 een ouderdomspensioen toegekend. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt op de grond dat ten onrechte geen partnertoeslag is toegekend. 1.
- Het bezwaar is bij besluit van 9 december 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat appellant niet voldoet aan de in artikel 8, eerste lid, van de AOW neergelegde voorwaarden voor toekenning van een partnertoeslag omdat hij na 1 januari 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
- In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij recht heeft op partnertoeslag omdat zijn vrouw geen werk en inkomsten heeft.
- De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
- Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de rechtbank bij de aangevallen uitspraak terecht het standpunt van de Svb heeft onderschreven dat appellant geen recht heeft op een partnertoeslag omdat hij na 1 januari 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen. 4.
- In artikel 8, eerste lid, van de AOW is, voor zover van belang, neergelegd dat de pensioengerechtigde die voor 1 januari 2015 is gehuwd en voor die datum recht heeft op ouderdomspensioen en van wie de echtgenoot jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd, overeenkomstig de bepalingen van deze wet recht heeft op een toeslag. Nu appellant eerst met ingang van oktober 2015 recht heeft op een ouderdomspensioen, voldoet hij niet aan de in artikel 8, eerste lid van de AOW vermelde voorwaarden. Om deze reden slaagt het hoger beroep niet en wordt de aangevallen uitspraak bevestigd.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door L. Koper, in tegenwoordigheid van J.W.L. van der Loo als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus
- (getekend) L. Koper (getekend) J.W.L. van der Loo AB