← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2018:1415

164153 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 mei 2016, 16/944 (aangevallen uitspraak) Partijen: T[Appellante] met onbekende verblijfplaats (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Westland (college) Datum uitspraak: 20 maart 2018 Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte Griffier: C.A.E. Bon Ter zitting is appellante niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. Simons. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen: Appellante heeft bijstand en bijzondere bijstand voor advocaatkosten aangevraagd ingevolge de Participatiewet. Het college heeft appellante per aangetekende brief van 10 augustus 2015 (brief) verzocht om gegevens aan te leveren. Bij besluit van 17 augustus 2015 heeft het college de aanvragen buiten behandeling gesteld omdat appellante heeft geweigerd de brief in ontvangst te nemen en niet heeft voldaan aan het verzoek om gegevens over te leggen. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 24 december 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank geoordeeld dat dat de in de brief gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor behandeling van de aanvraag en dat appellante daarover ook redelijkerwijs kon beschikken. Door het aangetekend schrijven te weigeren heeft appellante zichzelf de mogelijkheid ontnomen om het gebrek bij de indiening van de aanvraag te herstellen, wat voor haar risico komt. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat de brief niet aan haar is aangeboden. Dat blijkt niet uit de retour ontvangen vensterenvelop. Zie de uitspraak van 20 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2012:BU

  1. Daarnaast heeft het college gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel door niet de brief vervolgens per gewone post of per emailbericht te sturen en niet eerst de stukken te beoordelen welke al aanwezig waren in het dossier. Ook de geboden hersteltermijn is te kort. De vertegenwoordiger van het college heeft ter zitting toegelicht dat binnengekomen post wordt gescand en voorzien van een barcode en volgnummer. Onder de gedingstukken bevindt zich een exemplaar van de brief met verzendstempel en met een barcode en volgnummer. Uit de gedingstukken blijkt verder dat er een aangetekende envelop als geweigerd retour is gekomen. De envelop en een ander exemplaar van de brief zijn gezamenlijk gescand en van één jongere barcode en volgnummer voorzien. Dit exemplaar van de brief draagt ook een - enigszins andere - verzendstempel. Daarnaast blijkt uit het dossier dat een beslisnotitie van 17 augustus 2015 en het besluit van 17 augustus 2015, gelet op de barcodes en volgnummers, vrijwel op hetzelfde moment zijn geregistreerd en in het systeem opgeslagen als de retour gekomen envelop. Het is daarom aannemelijk dat voorgenoemde stukken gezamenlijk op het bureau van de behandelaar hebben gelegen en na verzending van het besluit van 17 augustus 2015 zijn gescand en voorzien van een barcode. Nu zich ook twee versies van de brief afzonderlijk zijn geregistreerd, is aannemelijk dat het tweede exemplaar van de brief met de envelop retour is gekomen voorafgaande aan het besluit van 17 augustus
  2. Op de envelop staat expliciet dat het poststuk is geweigerd. Gezien voorgaande heeft het college aannemelijk gemaakt dat de envelop de brief bevatte en dat appellante dus de brief heeft geweigerd. Het college was niet gehouden om de brief nogmaals op andere wijze aan appellante te sturen. Gelet hierop behoeven de overige gronden met betrekking tot het zorgvuldigheidsbeginsel en de duur van de hersteltermijn geen nadere bespreking. Het college was bevoegd de aanvragen buiten behandeling te stellen. Het hoger beroep slaagt dus niet. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier De voorzitter (getekend) C.A.E. Bon (getekend) O.L.H.W.I. Korte Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep LO

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.