← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2018:1510

172822 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak in het geding tussen Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college) Datum uitspraak: 22 mei 2018 PROCESVERLOOP Bij uitspraak van 21 februari 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:610) heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 februari 2015 (14/1880) vernietigd en met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat tegen het door het college nieuw te nemen besluit slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld. Op 24 februari 2017 heeft het college een nieuwe beslissing op bezwaar genomen (bestreden besluit). Namens appellante heeft mr. M.P.V. den Engelsman, advocaat, tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 19 september 2017 heeft de Raad aan appellante vragen gesteld. Op 17 november 2017 heeft appellante daarop gereageerd. Met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb is een onderzoek ter zitting achterwege gebleven, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten. OVERWEGINGEN 1.

  1. Voor een uitgebreide weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de uitspraak van 21 februari
  2. Hij volstaat nu met het volgende. 1.
  3. De Raad heeft in zijn uitspraak van 21 februari 2017 geoordeeld dat appellante vanaf 30 december 2012 een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd, maar dat voor de intrekking van bijstand van appellante over de periode van 1 december 2012 tot en met 29 december 2012 geen toereikende grondslag bestaat. De Raad heeft vervolgens, voor zover van belang, geoordeeld dat het college een nieuwe berekening moet maken van het terug te vorderen bedrag over de periode van 30 december 2012 tot en met 30 september 2013 en het college opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar van appellante voor zover het de terugvordering betreft.
  4. Het college heeft ter uitvoering van deze uitspraak het bestreden besluit genomen. Daarbij heeft het college, voor zover van belang, de over de periode van 30 december 2012 tot en met 30 september 2013 gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 8.284,59 van appellante teruggevorderd.
  5. Appellante heeft tegen het bestreden besluit, kort weergegeven, aangevoerd dat het college ten onrechte heeft aangenomen dat zij een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd. Volgens appellante is de intrekking van bijstand ook in deze procedure in geschil.
  6. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  7. De Raad heeft in zijn uitspraak van 21 februari 2017 een eindoordeel gegeven over de door appellante gevoerde gezamenlijke huishouding en de daarop gebaseerde intrekking van bijstand. Wat appellante hier wederom tegen inbrengt kan niet meer aan de orde komen, omdat de omvang van het geding, anders dan aangevoerd, is beperkt tot de vraag of het college met het bestreden besluit op de juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de Raad. Dat is hier het geval. Het college heeft immers bij het bestreden besluit, conform de bij de uitspraak van 21 februari 2017 door de Raad gegeven opdracht, een nieuwe berekening gemaakt van het terug te vorderen bedrag over de periode van 30 december 2012 tot en met 30 september
  8. Het college heeft dit bedrag vastgesteld op € 8.284,
  9. Appellante heeft daartegen geen zelfstandige beroepsgronden aangevoerd. 4.
  10. Uit 4.1 volgt dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
  11. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep tegen het besluit van 24 februari 2017 ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van C.A.E. Bon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 mei
  12. (getekend) W.F. Claessens (getekend) C.A.E. Bon IJ

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.