← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2018:2483

Datum uitspraak: 9 augustus 2018 17/7165 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 15 september 2017, 17/10 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad (college) PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 20 februari 2018 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Appellante heeft verzet gedaan. Het verzet is behandeld ter zitting van 7 juni 2018, waar appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 20 februari 2018 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 1 november

  1. Appellante heeft bij de Raad digitaal hoger beroep ingesteld op 2 november
  2. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. In verzet heeft appellante te kennen gegeven dat zij dacht dat 2 november 2017 de laatste dag van de beroepstermijn was en dat het hogerberoepschrift (dus) tijdig is ingediend. Verder heeft appellante aangevoerd dat zij tot het einde van de termijn heeft gewacht met het instellen van hoger beroep omdat zij heeft geprobeerd met verschillende partijen tot een oplossing te komen. De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. De aangevallen uitspraak is verzonden op (woensdag) 20 september
  3. Ingevolge artikel 6:8 van de Awb gaat de termijn in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak is bekendgemaakt, in dit geval dus met ingang van (donderdag) 21 september
  4. “Met ingang van” een bepaalde dag moet worden begrepen als: bij het begin van die dag, in dit geval dus op (donderdag) 21 september 2017 om 00.00 uur. Dat betekent dat de termijn eindigt (afloopt) op (woensdag) 1 november 2017 na het verstrijken van het tijdstip 23.59 uur. Het beroepschrift is niet voor het eind van deze termijn ontvangen. Dat appellante tot het laatste moment heeft gewacht met het instellen van hoger beroep omdat zij tot een oplossing wilde komen is geen omstandigheid op grond waarvan moet worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus
  5. (getekend) H.C.P. Venema De griffier is verhinderd te ondertekenen. RH

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.