161718 PW-PV Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 1 maart 2016, 15/3077 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellante 1] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 2 oktober 2018 Zitting hebben: W.F. Claessens als voorzitter en J.T.H. Zimmerman en M. Schoneveld als leden. Griffier: J.M.M. van Dalen Appellante en haar gemachtigde zijn, met bericht, niet verschenen ter zitting. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F.B. Metz. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen: De beroepsgronden komen in hoofdzaak neer op het volgende. In het geval van appellante was er geen aanleiding voor nader onderzoek in Marokko. Appellante valt namelijk niet onder de door de Svb opgestelde risicoprofielen en er waren geen aanwijzingen voor eventueel verzwegen buitenlands vermogen. Daarom was er geen sprake van een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het opvragen van het CIN-nummer. De Svb heeft gehandeld in strijd met het verbod van willekeur door zich niet te houden aan het door de Svb zelf opgestelde risicoprofiel. Deze beroepsgronden slagen niet. Daartoe wordt als volgt overwogen. De Svb verricht in de periode van 2013 tot en met 2019 onderzoek ten aanzien van alle gerechtigden op een Aanvullende inkomensvoorzieningen ouderen (AIO) op grond van de Participatiewet (PW). Zie hiervoor ook overweging 1.2 van de aan appellante voorgehouden uitspraak van 26 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.