Datum uitspraak: 19 oktober 2018 17/7674 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 24 oktober 2017, 17/2276 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Utrecht (college) PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 10 april 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 7 september 2018, waar partijen niet zijn verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 10 april 2018 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 9 januari 2018 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De Raad ziet zich allereerst, ambtshalve, gesteld voor de vraag naar de ontvankelijkheid van het verzet. De laatste dag waarop tijdig een verzetschrift kon worden ingediend was 22 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.