164429 AWBZ-PV, 17/4214 AWBZ-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland van 26 mei 2016, 15/4204, en 4 mei 2017, 16/3687 (aangevallen uitspraken) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V. (zorgkantoor) Datum uitspraak: 12 december 2018 Zitting heeft: J.P.A. Boersma Griffier: M.A.A. Traousis Ter zitting is verschenen: mr. S. Gezer, gemachtigde van het zorgkantoor. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraken. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen: 1.
- Het zorgkantoor heeft het persoonsgebonden budget (pgb) van appellant voor het jaar 2013 lager vastgesteld dan het bij de verlening bepaalde bedrag en als gevolg daarvan een bedrag van € 8.693,23 van appellant teruggevorderd. Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd bij besluit van 14 september 2015 (bestreden besluit 1). Hieraan ligt ten grondslag de afwijzing van de door appellant in 2013 verantwoorde kosten voor begeleiding en persoonlijke verzorging, deels omdat deze geen AWBZ-zorg betreffen en deels omdat de kosten zijn gemaakt in
- Verder is een deel van het verleende budget in het geheel niet verantwoord en is niet aannemelijk gemaakt dat daarvoor wel AWBZ-zorg is ingekocht. 1.
- Het zorgkantoor heeft, voor zover hier van belang, het pgb van appellant ook voor het jaar 2014 lager vastgesteld dan het bij de verlening bepaalde bedrag met verrekening van het verschil van € 21.339,
- Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd bij besluit van 26 juli 2016 (bestreden besluit 2). Hieraan ligt ten grondslag de afwijzing van de door appellant in 2014 verantwoorde kosten voor begeleiding, deels omdat deze geen AWBZ-zorg betreffen en deels omdat de verantwoording niet deugdelijk is onderbouwd, dan wel niet aannemelijk is gemaakt dat AWBZ-zorg is ingekocht.
- Bij de aangevallen uitspraken heeft de rechtbank de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.
- Het oordeel van de rechtbank is in beide zaken juist. De overwegingen die zij aan haar oordeel ten grondslag heeft gelegd worden door de Raad volledig onderschreven. Het volgende wordt nog toegevoegd. 3.
- Dat het zorgkantoor – volgens appellant – in het verleden bepaalde kosten heeft geaccepteerd en daarbij zou hebben gezegd dat de verantwoording in orde was, is niet komen vast te staan, maar die mededeling zou ook niet meebrengen dat deze kosten in strijd met de toepasselijke regels (nog steeds) zouden moeten worden geaccepteerd. 3.
- Dat appellant meer kosten heeft gemaakt, maar dat hij aanvankelijk niet aan de verantwoording daarvan is toegekomen, is niet aannemelijk geworden, maar uit vaste rechtspraak van de Raad volgt bovendien dat hij stukken met betrekking tot die verantwoording nog had kunnen inbrengen in de bezwaarprocedure, waarin hij werd bijgestaan door een professioneel gemachtigde die hem daarop had kunnen wijzen. Voor het jaar 2014 is nog van belang dat appellant geen nadere stukken heeft aangeleverd als beschreven in het hogerberoepschrift. 3.
- Het grote aantal brieven dat appellant stelt van het zorgkantoor te hebben ontvangen, en waardoor hem blijkbaar niet duidelijk is welke kosten hij (correct) had verantwoord en welke (nog) niet, brengt niet mee dat van terugvordering zou moeten worden afgezien. In twee brieven van 20 november 2014 met betrekking tot de verantwoording over 2013 is overigens precies vermeld van welke kosten de verantwoording niet is geaccepteerd en waarom dat zo is. Voor 2014 is dit vermeld in twee brieven van 13 augustus
- Als appellant deze (of andere) brieven van het zorgkantoor niet had begrepen, had het op zijn weg gelegen daarover aan het zorgkantoor of een rechtshulpverlener uitleg te vragen. 3.
- Tot slot wordt toegevoegd dat het niet in de rede ligt om af te zien van terugvordering van een bedrag dat in het geheel niet is verantwoord en waarvan ook niet aannemelijk is geworden dat het geheel of gedeeltelijk is besteed aan AWBZ-zorg.
- Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier De voorzitter (get.) M.A.A. Traousis (get.) J.P.A. Boersma Voor eensluidend afschrift de griffier van de Centrale Raad van Beroep RB