Datum uitspraak: 27 december 2018 18/1407 PW, 18/1408 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 29 december 2017, 17/1346 en 17/2313 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haaksbergen PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 26 juni 2018 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 november 2018, waar beide partijen niet zijn verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 26 juni 2018 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 9 februari
- Appellant heeft hoger beroep ingesteld op 13 maart
- Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. In verzet heeft appellant nogmaals te kennen gegeven dat hij in de periode dat hoger beroep ingesteld kon worden in het buitenland verbleef. Appellant heeft dit ter zitting bij de rechtbank doorgegeven. Ook heeft appellant kenbaar gemaakt de aangevallen uitspraak per e-mail te willen ontvangen en geen zaakwaarnemer in Nederland te willen aanwijzen, omdat appellant uitsluitend zelf zijn zaken afhandelt. De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet verzuim is geweest. Vaststaat dat de rechtbank de uitspraak op de voorgeschreven wijze heeft verzonden. De rechtbank was niet gehouden om aan de wens van appellant om de uitspraak per e-mail te ontvangen dan wel daarover te berichten gehoor te geven. Het had op de weg van appellant gelegen in verband met zijn verblijf in het buitenland voorzieningen te treffen, bijvoorbeeld in de vorm van het doorgeven van een (tijdelijk) postadres. Appellant was op de hoogte dat de rechtbank uitspraak zou doen. Het komt voor eigen rekening en risico van appellant dat hij niet tijdig hoger beroep heeft kunnen instellen. Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard. Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december
- (getekend) H.C.P. Venema (getekend) M.A.E. Lageweg md