← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2018:4300

174371 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 11 mei 2017, 16/2180 (aangevallen uitspraak), en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Venlo (college) Datum uitspraak: 18 december 2018 Zitting heeft: A.M. Overbeeke Griffier: J. Tuit Voor appellant is verschenen mr. R.M.M. Menting, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.M. Meurkens-Mannen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen: 1.

  1. Naar aanleiding van een schriftelijke melding heeft een sociaal rechercheur een onderzoek ingesteld naar de door appellant opgegeven gewerkte dagen en uren bij pizzeria [pizzeria] te [gemeente] . In dat kader zijn waarnemingen verricht in de omgeving van de pizzeria in de periode van 19 oktober 2015 tot en met 15 december
  2. Appellant is meer uren en op andere tijden dan opgegeven bij het college in de pizzeria gezien en werkend aangetroffen. Zo is waargenomen dat appellant zich achter de toonbank van de pizzeria bevond, hij met een bezem de vloer veegde en dat hij klanten hielp. Verder is tijdens 15 van de 20 waarnemingen de auto van appellant aangetroffen in de directe omgeving van de pizzeria. Appellant heeft verklaard dat hij inderdaad op andere dagen en tijdstippen dan hij bij het college heeft gemeld in de pizzeria was, maar dat was alleen maar om koffie te drinken. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 25 januari
  3. 1.
  4. Bij besluit van 26 januari 2016, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 6 juni 2016 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand van appellant met ingang van 1 oktober 2015 ingetrokken. Aan het besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden, omdat hij meer bij de pizzeria heeft gewerkt dan de 21 uur per maand die hij heeft opgegeven. Daardoor kan het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
  5. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat, anders dan appellant aanvoert, uit de onderzoeksgegevens niet alleen blijkt dat hij buiten de opgegeven uren aanwezig was, maar ook dat hij daadwerkelijk werkzaamheden verrichtte. De aanwezigheid tijdens reguliere arbeidsuren op een bestaande werkplek rechtvaardigt de veronderstelling dat de desbetreffende persoon ook daadwerkelijk op geld waardeerbare arbeid heeft verricht. Het tegendeel heeft appellant niet aannemelijk gemaakt. De stelling van appellant dat hij alleen in de pizzeria was om koffie te drinken met de eigenaar wordt niet aannemelijk geacht. Appellant kon weten dat hij dat bij het college moest melden, te meer omdat de bijstand van appellant al twee keer eerder was ingetrokken wegens niet gemelde op geld waardeerbare werkzaamheden bij horecagelegenheden.
  6. De gronden die appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, zijn in wezen gelijk aan de gronden in beroep. De rechtbank is gemotiveerd op de gronden ingegaan. Appellant heeft geen redenen aangevoerd waarom die gemotiveerde weerlegging van die gronden onjuist of onvolledig is. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel rust. Hij voegt daar nog aan toe dat appellant geen concrete en verifieerbare gegevens heeft verstrekt over de precieze omvang van zijn werkzaamheden en het aantal uren dat hij aanwezig was in de pizzeria. Daarom kan niet worden vastgesteld - ook niet schattenderwijs - wat appellant normaliter aan inkomsten had kunnen bedingen of ontvangen en dus evenmin of hij verkeerde in bijstandbehoevende omstandigheden.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier De voorzitter (getekend) J. Tuit (getekend) A.M. Overbeeke LO

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.