173793 WAJONG Datum uitspraak: 2 mei 2019 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 7 april 2017, 16/3759 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. R.A.N.H. Theeuwen-Verkoeijen, advocaat, hoger beroep ingesteld. Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. Appellante heeft een nader stuk ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 maart 2019. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Theeuwen-Verkoeijen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. R. Spanjer. OVERWEGINGEN 1.1. Appellante, geboren [in] 1983, heeft in verband met psychische klachten sinds 2 mei 2005 een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 1998) ontvangen, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. 1.2. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015) in werking getreden. Bij brief van 22 december 2015 heeft het Uwv aan appellante een voorlopige beoordeling arbeidsvermogen gestuurd, waarin is vermeld dat aangenomen wordt dat appellante arbeidsvermogen heeft. Appellante heeft in reactie daarop te kennen gegeven het niet eens te zijn met deze beoordeling. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 8 juni 2016 vastgesteld dat appellante arbeidsvermogen heeft, als gevolg waarvan de Wajong‑uitkering met ingang van 1 januari 2018 dient te worden verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon. Het door appellante tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 13 oktober 2016 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Aan het bestreden besluit liggen rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ten grondslag. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het onderzoek van het Uwv zorgvuldig is geweest. De beschikbare medische informatie is kenbaar bij het onderzoek betrokken. Er is niet gebleken van inconsistenties of onvoldoende motivering. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Uwv afdoende heeft gemotiveerd dat ten tijde in geding geen sprake was van een situatie waarin arbeidsvermogen duurzaam ontbreekt. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien voor inschakeling van een deskundige. De rechtbank heeft geconcludeerd dat het Uwv terecht heeft besloten de Wajong-uitkering van appellante met ingang van 1 januari 2018 te verlagen van 75% naar 70% van het minimumloon. 3.1. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij met ingang van 1 januari 2018 onveranderd recht heeft op een uitkering ter hoogte van 75% van het minimumloon omdat zij geen arbeidsvermogen heeft. Appellante heeft gesteld duurzaam en volledig arbeidsongeschikt te zijn, gelet op het feit dat zij al sinds 2006 een uitkering heeft op grond van volledige arbeidsongeschiktheid en deze uitkering na herbeoordeling in 2012 ongewijzigd is voortgezet. Appellante is van mening dat haar beperkingen zijn onderschat nu de behandeling van haar PTSS niet tot verbetering van haar belastbaarheid heeft geleid. Daarnaast heeft zij ook lichamelijke en conditionele klachten. Appellante heeft erop gewezen dat de taak die zij volgens de arbeidsdeskundige wordt geacht te kunnen uitvoeren, het schoonmaken van honden en/of kattenverblijven, een taak is die zij voor het laatst in 2004 heeft verricht. Gelet op haar langdurige afwezigheid in het arbeidsproces kan niet verondersteld worden dat zij deze taak nog steeds kan verrichten en evenmin dat zij (nog) over werknemersvaardigheden beschikt. Appellante heeft aangevoerd dat de verzekeringsarts niet met medische gegevens heeft onderbouwd dat zij ten minste vier uur belastbaar is en ten minste een uur aaneengesloten kan werken. Zij heeft de Raad verzocht een onafhankelijke psychiater te benoemen om haar medische situatie te beoordelen. 3.2. Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1.1. In artikel 3:8, eerste lid, van de Wajong 2015, zoals dit artikel luidde tot 1 januari 2018, is bepaald dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag, de zaterdagen en zondagen niet meegerekend, bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer 75% van de grondslag bedraagt. 4.1.2. In artikel III, onderdeel N, van de Invoeringswet Participatiewet is bepaald dat in artikel 3:8, eerste lid, ‘75%’ wordt vervangen door: ‘70%’. Artikel III, onder N, van de Invoeringswet Participatiewet treedt in werking met ingang van 1 januari 2018. 4.1.3. In artikel 3:8a, eerste lid, van de Wajong 2015 is in afwijking van artikel 3:8, eerste lid, bepaald dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering per dag bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer 75% van de grondslag bedraagt, indien de jonggehandicapte duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Ingevolge het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen. Ingevolge het derde lid wordt de jonggehandicapte die op 1 januari 2018 geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, geacht op die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie te hebben. 4.1.4. Ingevolge artikel 8:10b, eerste lid, van de Wajong 2015 stelt verweerder vast of de jonggehandicapte met een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft als bedoeld in artikel 3:8a, zoals dat artikel komt te luiden na inwerkingtreding van artikel III, onderdeel O, van de Invoeringswet Participatiewet. 4.2. In geding is de vraag of het Uwv zich terecht en op goede gronden op het standpunt heeft gesteld appellante op 1 januari 2018 mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft als bedoeld in artikel 3:8a van de Wajong 2015. 4.3. Ingevolge artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten heeft een betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als hij (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.