← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2019:1636

164576 AKW Datum uitspraak: 3 mei 2019 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 21 juni 2016, 15/7286 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. E. Türk, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting is aan de orde gesteld op 22 maart

  1. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen. OVERWEGINGEN 1.
  2. Appellante heeft eind april 2015 kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet aangevraagd ten behoeve van haar kinderen [kind 1 en kind 2], geboren op respectievelijk [datum 1 en datum 2]. Bij besluit van 17 juli 2015 is de aanvraag om kinderbijslag afgewezen, omdat appellante niet als ingezetene van Nederland wordt beschouwd. 1.
  3. Het tegen dit besluit namens appellante ingediende bezwaar heeft de Svb bij besluit van 27 oktober 2015 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
  4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. 3.
  5. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij wel ingezetene van Nederland was. 3.
  6. De Svb heeft bij brief van 19 maart 2019 aan appellante meegedeeld dat aan haar alsnog met ingang van het tweede kwartaal van 2014 kinderbijslag zal worden toegekend. Tevens zal de wettelijke rente over de na te betalen kinderbijslag worden uitbetaald en zullen de proceskosten worden vergoed. Appellante heeft in reactie hierop te kennen gegeven dat zij tevens de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep en het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht vergoed wenst te zien.
  7. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  8. Nu, gelet op de brief van 19 maart 2019, moet worden geoordeeld dat bij besluit van 17 juli 2015 ten onrechte is geweigerd om aan appellante kinderbijslag toe te kennen, zal de Raad het besluit van 27 oktober 2015 en de aangevallen uitspraak vernietigen. Tevens zal de Raad het besluit van 17 juli 2015 herroepen. Appellante heeft met ingang van het tweede kwartaal van 2014 recht op kinderbijslag ten behoeve van haar twee onder 1.1 vermelde kinderen. 4.
  9. Het verzoek van appellante om de Svb te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen. De wettelijke rente moet worden berekend overeenkomstig de uitspraak van de Raad van 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV
  10. 4.
  11. Nu bij deze uitspraak het besluit van 17 juli 2015 wordt herroepen wegens aan de Svb te wijten onrechtmatigheid, zal de Svb op grond van artikel 8:75 in verbinding met artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht worden veroordeeld in de kosten van appellante in bezwaar. Deze kosten worden begroot op € 1.024,- aan kosten van rechtsbijstand. 4.
  12. Aanleiding bestaat om de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 1.024,- in beroep en op € 512,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand, in totaal € 1.536,-. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak; verklaart het beroep tegen het besluit van 27 oktober 2015 gegrond en vernietigt dat besluit; herroept het besluit van 17 juli 2015 en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 17 juli 2015; - veroordeelt de Svb tot vergoeding aan appellante van de schade zoals onder 4.2 van deze uitspraak is vermeld; veroordeelt de Svb in de kosten van appellante tot een bedrag van € 2.560,-; bepaalt dat de Svb aan appellante het betaalde griffierecht in beroep en in hoger beroep van in totaal € 169,- vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade als voorzitter en M.A.H. van Dalen‑van Bekkum en F.J.L. Pennings als leden, in tegenwoordigheid van R.P.W. Jongbloed als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 mei
  13. (getekend) M.M. van der Kade De griffier is verhinderd te ondertekenen. lh

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.