176710 NIOAW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 september 2017, 17/1463 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college) Datum uitspraak: 14 mei 2019 Zitting heeft: W.H. Bel Griffier: J. Tuit Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. drs. ir. G.A.S. Maduro, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.L. Jagt. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
- Het gaat in deze zaak om de herziening van de uitkering op basis van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) van appellant over de maanden juni en juli 2016, de intrekking van de IOAW-uitkering met ingang van 1 augustus 2016 en de terugvordering van de te veel betaalde uitkering tot een bedrag van € 2.009,94 bruto, waarbij het college het aflossingsbedrag heeft vastgesteld op € 50,- per maand.
- Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 2 februari 2017 ongegrond verklaard.
- In hoger beroep is uitsluitend nog in geschil of het college van terugvordering moet afzien wegens dringende redenen. Appellant heeft aangevoerd dat het beleid van het college over dringende redenen niet is gemotiveerd. Volgens appellant is niet duidelijk wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden of onaanvaardbare sociale of financiële consequenties. Appellant is open geweest over zijn werkzaamheden en inkomsten. Zijn inkomsten zijn opgegaan aan kosten en schulden. Uit de getroffen betalingsregeling van € 50,- per maand blijkt dat appellant het niet breed heeft. Er is volgens appellant dus sprake van bijzondere omstandigheden en onaanvaardbare financiële consequenties.
- Het beleid van het college over de terugvordering van te veel betaalde uitkering is neergelegd in de Beleidsregels opschorting, intrekking en terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ Rotterdam
- Deze beleidsregels zijn gepubliceerd op overheid.nl en dus voor iedereen kenbaar. Op grond van artikel 5, aanhef en onder e, van de beleidsregels kan het college geheel of gedeeltelijk van terugvordering afzien als de belanghebbende een beroep doet op de aanwezigheid van dringende redenen en dit beroep gehonoreerd wordt. In de toelichting bij deze bepaling staat het volgende: “Bij dringende redenen gaat het om bijzondere omstandigheden in het individuele geval. Er moet iets bijzonders en uitzonderlijks aan de hand zijn om te rechtvaardigen dat van de regel wordt afgeweken. Gedacht moet worden aan incidentele gevallen waarbij vastgestelde behoeftige omstandigheden van minderjarige gezinsleden van de belanghebbende op geen enkele andere wijze te verhelpen zijn.”
- De Raad acht dit beleid voldoende gemotiveerd en duidelijk. Het ter zitting ingenomen standpunt van het college, dat sprake moet zijn van onaanvaardbare sociale of financiële consequenties en dat dit per geval moet worden afgewogen, is in lijn met dit beleid. In hetgeen appellant heeft aangevoerd zijn, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, geen bijzondere omstandigheden gelegen op grond waarvan het college van terugvordering moet afzien. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat de terugvordering leidt tot onaanvaardbare sociale of financiële consequenties. De omstandigheid dat appellant het niet breed heeft, schulden heeft en diverse betalingsregelingen heeft getroffen is hiervoor onvoldoende. Het hoger beroep slaagt dus niet.
- Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten bestaat geen aanleiding. Waarvan proces-verbaal. De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer (getekend) J. Tuit (getekend) W.H. Bel