184762 PW-PV Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 juli 2018, 18/1104 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] en [appellante] te [woonplaats] (appellanten) het college van burgemeester en wethouders van Velsen (college) Datum uitspraak: 23 juli 2019 Zitting heeft: M. Hillen Griffier: V.Y. van Almelo Ter zitting is voor appellanten mr. V.J.M. Janszen, advocaat, verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen. Op 31 juli 2017 hebben appellanten een aanvraag om een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet ingediend. Bij besluit van 8 augustus 2017, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 6 februari 2018 (bestreden besluit), heeft het college deze aanvraag afgewezen. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat bij appellante niet kan worden vastgesteld of zij over de periode van drie jaar voorafgaande aan de aanvraag een laag inkomen had. Appellante woonde tot 6 februari 2016 in Thailand. Zij is er niet in geslaagd om met stukken te onderbouwen dat zij tijdens haar verblijf in Thailand in de periode van 31 juli 2014 tot 6 februari 2016 geen, dan wel een zeer laag inkomen had. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen, waarbij voor eisers “appellanten” moet worden gelezen: “Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat onvoldoende is aangetoond dat eiseres de gehele referteperiode een inkomen heeft gehad van maximaal de toepasselijke bijstandsnorm. De in bezwaar overgelegde kopieën van overboekingen naar een internationaal rekeningnummer ten behoeve van huur dateren van het najaar 2016 toen eiseres al in Nederland woonachtig was. Ten aanzien van de in beroep overgelegde stukken heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting verklaard dat deze stukken ook zijn beoordeeld maar onvoldoende zijn om alsnog tot toekenning van de aanvraag over te gaan. In beroep zijn twee overeenkomsten van geldlening overgelegd die door de moeder van eiseres zijn aangegaan, één gedateerd op 11 juli 2013 en de ander op 15 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.