Datum uitspraak: 20 september 2019 18/4725 PW, 18/5556 PW-V Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 24 augustus 2018, 18/1772 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te [woonplaats] (appellant) het college van burgemeester en wethouders van Heerenveen (college) PROCESVERLOOP Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 15 januari 2019 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft verzet gedaan. Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 9 augustus 2019, waar partijen niet zijn verschenen. OVERWEGINGEN De uitspraak van de Raad van 15 januari 2019 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de in de brief van 16 oktober 2018 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De Raad heeft in de uitspraak van 15 januari 2019 verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 5 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:188). In verzet heeft appellant te kennen gegeven dat de situatie in de uitspraak van de Hoge Raad niet overeenkomt met de situatie als onderhavige. Appellant stelt dat hij in deze zaak wel financiële gegevens heeft overgelegd, namelijk de inkomensverklaring over
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.