← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2019:3329

16/5913 WSF-R Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 17 juli 2019, 16/5913 WSF Partijen: [appellante] te [woonplaats] (appellante) De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (minister) Datum uitspraak: 16 oktober 2019 PROCESVERLOOP De gemachtigde van appellante, mr. G. Gabrelian, heeft de Raad er schriftelijk op gewezen dat de uitspraak van de Raad van 17 juli 2019 een kennelijke fout bevat. Daarbij is verzocht de uitspraak te verbeteren. Het bedrag aan proceskosten in rechtsoverweging 5 en vermeld in de beslissing is onjuist. De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 5 september 2019 aan partijen meegedeeld. Partijen is in de brief van 5 september 2019 meegedeeld dat zij binnen vier weken kunnen reageren op deze brief, tevens is daarbij nog vermeld dat in het geval er binnen die termijn geen reactie wordt ontvangen de Raad er dan van uit gaat dat er geen bezwaar bestaat tegen verbetering van de uitspraak. Bij brief van 9 september 2019 heeft de minister de Raad meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen rectificatie. OVERWEGINGEN De Raad wijzigt de uitspraak van 17 juli 2019, 16/5913 WSF als volgt. In rechtsoverweging 5 stond:

  1. In de toepassing van artikel 6:22 van de Awb wordt aanleiding gezien de minister te veroordelen in de proceskosten van appellante voor het beroep en het hoger beroep. Deze kosten zijn begroot op € 3.456,- voor verleende rechtsbijstand (beroepschrift, hogerberoepschrift, zittingen eerste aanleg en hoger beroep, nadere zitting hoger beroep, wegingsfactor 1,5). Deze overweging dient te luiden:
  2. In de toepassing van artikel 6:22 van de Awb wordt aanleiding gezien de minister te veroordelen in de proceskosten van appellante voor het beroep en het hoger beroep. Deze kosten zijn begroot op € 4.224,- voor verleende rechtsbijstand (beroepschrift, hogerberoepschrift, zittingen eerste aanleg en hoger beroep, nadere zitting hoger beroep, gevraagde reacties van 8 april 2016 en 28 november 2017, wegingsfactor 1,5). In de tweede bepaling in de beslissing stond: - veroordeelt de minister in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 3.456,-; Deze bepaling dient te luiden: - veroordeelt de minister in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 4.224,-; Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 17 juli 2019 als in de overwegingen is weergegeven. Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober
  3. (getekend) J. Brand (getekend) R.L. Rijnen NW

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.