← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2019:3757

184688 ZVW Datum uitspraak: 27 november 2019 Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 31 juli 2018, 18/1428 (aangevallen uitspraak) Partijen: [appellant] te [woonplaats] , Spanje (appellant) CAK PROCESVERLOOP Appellant heeft hoger beroep ingesteld. CAK heeft een verweerschrift ingediend. Appellant heeft daarop gereageerd en nadere stukken ingezonden. CAK heeft een nader stuk ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september

  1. Appellant is verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B. Imhof. OVERWEGINGEN
  2. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.
  3. Appellant woont in Spanje en ontving in 2016 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en pensioenen van de Stichting [Stichting 1] , Stichting [Stichting 2] en [N.V.] N.V. 1.
  4. CAK heeft appellant op grond van Verordening (EG) nr. 883/2004 (Vo. 883/2004) als verdragsgerechtigde aangemerkt waardoor hij recht heeft op zorg in zijn woonland (Spanje) ten laste van Nederland. CAK heeft verder bepaald dat hij hiervoor op grond van artikel 69 van de Zorgverzekeringswet (Zvw) een bijdrage (buitenlandbijdrage) verschuldigd is. 1.
  5. Bij besluit van 13 september 2017 heeft CAK de voorlopige jaarafrekening van 2016 toegezonden, waarbij de buitenlandbijdrage over 2016 is vastgesteld op € 1.009,
  6. Na verrekening van inhoudingen en rente resulteert dit in een teruggave van € 145,
  7. 1.
  8. Bij besluit van 23 januari 2018 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar van appellant tegen het besluit van 13 september 2017 ongegrond verklaard.
  9. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om af te wijken van vaste rechtspraak van de Raad (zie de uitspraken van 26 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6362, 7 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT1941 en ECLI:NL:CRVB:2011:BT2319). Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat niet is gebleken dat CAK de buitenlandbijdrage onjuist heeft vastgesteld, dat de Nederlandse rechter de inhoud van de Spaanse belastingwetgeving en de wijze van inning van die belastingen niet kan toetsen en dat zij geen aanleiding ziet om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen.
  10. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant heeft herhaald wat hij bij de rechtbank heeft aangevoerd. Volgens appellant deugt het huidige systeem van de buitenlandbijdragen niet omdat hij zowel in Spanje als in Nederland een bijdrage betaalt voor zorg.
  11. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  12. Appellant heeft in hoger beroep geen wezenlijk nieuwe of andere gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Appellant heeft zich beperkt tot het herhalen van de in bezwaar en beroep aangevoerde gronden. 4.
  13. De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en verwijst daarnaar. Voor inwilliging van het ter zitting herhaalde verzoek om prejudiciële vragen te stellen bestaat geen aanleiding gelet op wat door de rechtbank onder 4.4 van de aangevallen uitspraak is overwogen. 4.
  14. Uit wat onder 4.1 en 4.2 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
  15. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en J.P.A. Boersma en H. Benek als leden, in tegenwoordigheid van M. Graveland als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 november
  16. (getekend) J. Brand (getekend) M. Graveland JL

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.