← Nederland

ECLI:NL:CRVB:2019:4207

173331 ANW-PV Centrale Raad van Beroep Meervoudige kamer Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 maart 2017, 16/1320 (aangevallen uitspraak) Partijen: [Appellant] te Marokko (appellant) de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb) Datum uitspraak: 12 december 2019 Zitting hebben: M.A.H. van Dalen-van Bekkum, A. van Gijzen en T.L. de Vries Griffier: B.V.K. de Louw Ter zitting zijn verschenen: de Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W. van den Berg. Appellant is niet verschenen. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak; verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 27 januari 2016; draagt de Svb op om een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van het ter zitting door de Svb ingenomen standpunt; bepaalt dat de Svb het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 170,- vergoedt. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

  1. Appellant, die de Marokkaanse en Nederlandse nationaliteit had, heeft in verband met zijn aanvraag voor een remigratie-uitkering afstand gedaan van zijn Nederlandse nationaliteit op 3 juli
  2. Vervolgens heeft appellant een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking “wedertoelating” aangevraagd bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Deze verblijfsvergunning is afgegeven voor de periode vanaf 8 augustus 2014 tot en met 7 februari
  3. Op 27 november 2014 is appellant naar Marokko geremigreerd. Op 20 april 2015 heeft appellant een aanvraag voor de vrijwillige verzekering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) gedaan.
  4. Bij besluit van 3 juni 2015 is het verzoek om deelname aan de vrijwillige Anw-verzekering afgewezen, omdat appellant in het jaar voorafgaande aan het einde van de verplichte verzekering niet onafgebroken verplicht verzekerd is geweest. Hierbij is de Svb uitgegaan van het einde van de verplichte verzekering op 28 november 2014 en een niet verzekerde periode tussen 4 juli 2014 en 8 augustus
  5. Bij beslissing op bezwaar van 27 januari 2016 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 3 juni 2015 ongegrond verklaard.
  6. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. 4.
  7. Naar aanleiding van vragen van de Raad heeft de Svb ter zitting het standpunt ingenomen dat het verzoek van appellant om deelname aan de vrijwillige Anw-verzekering wordt aangemerkt als betrekking hebbend op het einde van de verplichte verzekering op 4 juli
  8. Met inachtneming van artikel 63a, eerste lid, van de Anw wordt appellant toegelaten tot de vrijwillige verzekering met ingang van 4 juli 2014 en eindigt deze op 8 augustus
  9. Vervolgens kan appellant zich op grond van het tweede lid van artikel 63a van de Anw opnieuw vrijwillig verzekeren voor het resterende deel van de tien jaar. 4.
  10. Dit betekent dat het bestreden besluit niet wordt gehandhaafd. Omdat de Raad de zaak niet zelf kan afdoen, zal de Svb een nieuwe beslissing moeten nemen met inachtneming van wat onder 4.1 is opgenomen.
  11. Van voor vergoeding in aanmerking te nemen proceskosten is niet gebleken. Waarvan proces-verbaal. De griffier De voorzitter (getekend) B.V.K. de Louw (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.